Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Bijzondere natuur

Zwanenwater bij Callantsoog

Achter de duinen ten zuiden van Callantsoog ligt het Zwanenwater, een vrijwel ongeschonden landschap met twee grote natuurlijke duinmeren, brede riet- en moeraszones, vochtige valleien, heide en open zand. Lepelaars, aalscholvers en moerasvogels gebruiken de meren en oevers als broed- en voedselgebied. In mei en juni kleuren duizenden orchideeën delen van de valleien roze en paars. Later volgen parnassia en heide, terwijl in herfst en winter grote groepen eenden op het water rusten.

Bijzondere natuurNatuur & landschapDuinmeren en vochtige duinvalleienNatuurgebied
Een groot duinmeer met rietoevers en duinen in natuurgebied Zwanenwater bij Callantsoog
Een van de grote duinmeren van het Zwanenwater. Open water, rietmoeras, vochtige valleien en droge duinen liggen hier op korte afstand naast elkaar.Foto: MatsAlkmaar, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

Het Zwanenwater laat zien hoe achter een smalle kuststrook een compleet zoetwaterlandschap kan liggen. Twee grote meren worden omringd door riet, galigaanmoeras, orchideeënrijke valleien, heide en droge duinen. Wandelpaden, uitkijkpunten en vogelkijkhutten geven zicht op open water, broedkolonies en bloemrijke laagten zonder de kwetsbaarste delen te betreden. Voor toegang is een entreekaart nodig; een gids is niet vereist.

Wat zie je?

Het Eerste en Tweede Water liggen tussen brede rietkragen, galigaan, wilgenstruweel en vochtige graslanden. Hoger volgen duinheide, duingrasland, open zand en kleine bosjes. Vanuit de vogelkijkhutten zijn watervogels, aalscholvers en soms lepelaars te volgen. In het voorjaar vallen orchideeën en zingende blauwborsten op; later bloeien parnassia en heide. De routes kunnen plaatselijk nat of zanderig zijn en leiden niet door alle kwetsbare zones.

Wanneer zie je wat?

Kies een maand en zie welke soorten, planten of paddenstoelen dan kansrijk zijn.

Brede orchis en rietorchis

Plant

In mei en juni kunnen duizenden roze, paarse en roodviolette orchideeën de gemaaide vochtige duinvalleien kleuren. De precieze bloei hangt af van waterstand, temperatuur en beheer.

Parnassia

Plant

De witte, fijn geaderde bloemen verschijnen later dan de meeste orchideeën. Parnassia groeit vooral op vochtige, voedselarme plaatsen die door schoon grondwater worden beïnvloed.

Dophei en kraaihei

Plant

In de zomer en nazomer kleuren delen van de oude, kalkarme duinen paars. Dophei staat vooral op vochtige grond, terwijl kraaihei ook drogere ontkalkte duinen bedekt.

Lepelaar

Vogel

Lepelaars kunnen op eilandjes en langs rustige oevers broeden of rusten. In ondiep water bewegen zij hun platte snavel zijwaarts op zoek naar kleine vissen en waterdieren.

Aalscholver

Vogel

Aalscholvers zijn vrijwel het hele jaar op en rond de meren aanwezig. In het voorjaar vallen vooral de nesten, heen en weer vliegende vogels en exemplaren met uitgespreide vleugels op.

Blauwborst

Vogel

Vanaf april zingen mannetjes vanuit riet, lage wilgen en moerasstruweel. De vogel is vaak eerst te horen en verschijnt soms kort boven op een stengel of struik.

Roerdomp

Vogel

De roerdomp blijft vrijwel altijd verborgen in uitgestrekte rietvelden. In het voorjaar kan de lage, ver dragende baltsroep over het water klinken. Een waarneming in vlucht blijft een gelukstreffer.

Baardman

Vogel

Baardmannen bewegen laag en behendig door rietvelden. Hun pingende roep verraadt vaak een klein groepje voordat de vogels zelf tussen de halmen zichtbaar worden.

Smient en slobeend

Vogel

Vanaf de nazomer en vooral in herfst en winter verzamelen eenden zich op de grote meren. Smienten rusten vaak in groepen, terwijl slobeenden met hun brede snavel voedsel uit het water zeven.

Grote zaagbek

Vogel

Vooral in koude winterperioden kunnen grote zaagbekken op de open meren verschijnen. De slanke, langgerekte eenden duiken actief naar vis.

Rugstreeppad

Amfibie

Op zachte avonden klinkt vanuit ondiepe plassen in de vochtige duinvalleien soms een lang aanhoudende, rollende roep. De dieren zelf blijven meestal tussen lage vegetatie en zand verborgen.

Zandhagedis

Reptiel

Op zonnige, beschutte duinhellingen en langs open zand kunnen zandhagedissen opwarmen. Loop rustig en let vooral op randen tussen lage begroeiing en kaal zand.

Waarom doet deze plek ertoe?

Het Zwanenwater behoort tot de best bewaarde vastelandsduinen van Nederland. Omdat het nooit voor drinkwaterwinning werd gebruikt, bleven natuurlijke waterstanden en de overgangen tussen meer, moeras, vochtige vallei, heide en droog duin relatief goed behouden. Die samenhang biedt leefruimte aan zeldzame planten, broed- en trekvogels, amfibieën, reptielen en insecten. Vooral de grote oppervlakte aan voedselarme, vochtige duinvegetaties maakt het gebied uitzonderlijk.

Het grotere verhaal

Het Zwanenwater ligt achter de zeereep ten zuiden van Callantsoog. Vanaf de kust is nauwelijks te vermoeden dat tussen de duinen twee grote zoetwatermeren liggen. Het Eerste Water en Tweede Water vormen de kern van een landschap met rietmoeras, vochtige duinvalleien, heide, graslanden, open zand en kleine bossen. De Noordzee ligt dichtbij, maar regenwater en grondwater bepalen hier het beeld.

Het huidige landschap ontstond na eeuwen van stormvloeden, kustafslag en herstel. Rond de late middeleeuwen was de oude duinenrij sterk onderbroken en drong het zeegat van de Zijpe ver het land binnen. Na de zware stormvloed van 1553 werd de Zijperzeedijk aangelegd. Aan de zeezijde vormden zich daarna nieuwe duinenrijen. Water bleef tussen die ruggen staan en vormde aanvankelijk één langgerekt duinmeer.

Stuivend zand snoerde dat meer later op verschillende plaatsen in. Zo ontstonden het Eerste en Tweede Water. Rond de ondiepe meren ontwikkelden zich brede rietkragen, galigaanmoerassen, wilgenstruweel en natte graslanden. Verder van het water liggen vochtige valleien, kalkarme heide, droge duingraslanden en open zand. Op korte afstand volgen daardoor zeer verschillende leefgebieden elkaar op.

Een belangrijk verschil met veel andere vastelandsduinen is dat het Zwanenwater nooit voor drinkwaterwinning werd gebruikt. Kunstmatige onttrekking en infiltratie veranderden elders de waterhuishouding ingrijpend. Hier bleven de natuurlijke schommelingen van regen- en grondwater veel beter behouden. Dat gaf vochtige valleien en voedselarme vegetaties ruimte om op grote schaal voort te bestaan.

De twee meren behoren tot de grootste natuurlijke duinmeren van West-Europa. Ze worden omzoomd door riet, grote zeggen, galigaan en wilgen. Galigaan vormt dichte velden van hoge, scherpgerande bladeren. Tussen riet en moeras leven blauwborst, rietzanger, baardman, waterral en roerdomp. Bruine kiekendieven jagen laag boven de begroeiing. Aalscholvers broeden in kolonies en lepelaars zoeken met hun platte snavel naar kleine vissen en waterdieren.

Buiten het broedseizoen veranderen de meren in rustplaatsen voor eenden. Smienten, slobeenden, krakeenden en kuifeenden verzamelen zich op het open water. In koudere perioden kunnen grote zaagbekken verschijnen. Tijdens de trek gebruiken ook andere watervogels het gebied als tussenstop vlak achter de Noordzeekust.

De vochtige duinvalleien zijn minstens zo bijzonder als de meren. In mei en juni kunnen brede orchis en rietorchis er met duizenden tegelijk bloeien. Later volgen parnassia en andere planten van schoon, voedselarm grondwater. In zure en sterker ontkalkte delen groeien dophei, kraaihei en veenmossen. Enkele centimeters hoogteverschil kunnen al bepalen hoe lang een plek nat blijft en welke planten er groeien.

Zonder beheer zouden open valleien en heide langzaam dichtgroeien met duinriet, struiken en bomen. Daarom worden delen gemaaid, begraasd of geplagd. Maaisel wordt afgevoerd om de bodem voedselarm te houden en op enkele plaatsen krijgt zand opnieuw ruimte om te stuiven. Dat beheer is gericht op variatie: niet alles openmaken, maar voorkomen dat zeldzame lage vegetaties verdwijnen.

Open zand en tijdelijke poelen zijn eveneens waardevol. Zandhagedissen warmen op langs zonnige overgangen tussen kale bodem en lage begroeiing. Rugstreeppadden gebruiken ondiepe plassen in de valleien en laten op zachte voorjaarsavonden hun rollende roep horen. Libellen, vlinders, bijen en zweefvliegen profiteren van water, beschutting en bloemrijke duingraslanden.

De wandelroutes blijven bewust op afstand van de kwetsbaarste groeiplaatsen en broedkolonies. Vogelkijkhutten en uitzichtpunten geven zicht over de meren zonder voortdurend rustende vogels te verstoren. Voor toegang is een entreekaart nodig. Een gids is niet vereist, maar stevige schoenen zijn verstandig omdat delen van de route nat, mul of ongelijk kunnen zijn.

Het landschap verandert sterk met de seizoenen. In het vroege voorjaar overheersen bleek riet, open water en kale duinen. Mei en juni brengen orchideeën en intensieve vogelzang. Parnassia bloeit later in de zomer en in augustus kleuren delen van de heide paars. In herfst en winter worden de meren steeds belangrijker voor eenden en andere wintergasten.

Vanaf hogere duinen wordt de volledige opbouw zichtbaar. Aan de westkant ligt de Noordzee, aan de oostkant de polder. Daartussen volgen open zand, heide, vochtige valleien, rietmoeras en donkere watervlaktes elkaar op. Die korte afstanden maken het mogelijk dat lepelaars, orchideeën, rugstreeppadden en zandhagedissen binnen één gebied leven.

Het Zwanenwater is daardoor meer dan twee mooie meren. De rietkragen vertellen over verlanding, orchideeën over schoon grondwater, heide over oude ontkalkte duinen en open zand over voortdurende verjonging. Samen vormen ze een zeldzaam zoetwaterlandschap achter de zeereep.

Verder lezen