Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Nederland en het water

Wieringermeer en de dijkdoorbraak van 1945

De Wieringermeer was nog maar vijftien jaar droog toen de Duitse bezetter op 17 april 1945 de IJsselmeerdijk op twee plaatsen opblies. Binnen twee etmalen veranderde de jonge polder opnieuw in een binnenzee. Boerderijen, woningen, wegen en vrijwel het volledige landbouwgebied verdwenen onder gemiddeld ongeveer 3,75 meter water. Achter de herstelde dijk herinneren twee diepe wielen, het Dijkgatbos en een monument aan de plaatsen waar het water binnenstroomde. Op 11 december 1945 viel de Wieringermeer voor de tweede keer droog.

Nederland en het waterWaterwerkenCoupureHistorisch dijklandschap
Ondergelopen straten en woningen in Wieringerwerf na de inundatie van april 1945
Wieringerwerf in mei 1945, enkele weken nadat de Duitse bezetter de IJsselmeerdijk had opgeblazen. Op de achtergrond staat de rooms-katholieke Christus Koningkerk.Foto: Willem van de Poll / Nationaal Archief, via Wikimedia Commons, CC0 1.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

Bij het monument aan de Noorderdijkweg zijn de gevolgen van de inundatie nog rechtstreeks in het terrein aanwezig. De herstelde dijk maakt een opvallende bocht rond twee diepe wielen die door het binnenstromende water werden uitgesleten. Daarachter ligt het Dijkgatbos op het zand dat bij de doorbraak in de polder werd afgezet. Vanaf de dijk zijn het hogere IJsselmeer en de veel lager gelegen landbouwpolder tegelijk te overzien. Het monument en de dijk zijn vrij toegankelijk; via openbare paden kan ook een deel van het bos en de omgeving van de wielen worden verkend.

Wat zie je?

Je ziet een kubusvormige gedenksteen naast de IJsselmeerdijk, de gebogen lijn van de herstelde waterkering, twee grote wielen en het Dijkgatbos. Wandelpaden voeren door het bos en langs delen van het water. Vanaf de kruin van de dijk is het hoogteverschil tussen het IJsselmeer en de Wieringermeerpolder duidelijk zichtbaar. Het omliggende rechtlijnige landbouwlandschap contrasteert sterk met de grillige plassen, het reliëf en de beboste zandafzettingen.

Waarom doet deze plek ertoe?

De Wieringermeer is een uitzonderlijk voorbeeld van land dat tweemaal op het water moest worden gewonnen. De eerste drooglegging was een technisch en sociaal experiment van de Zuiderzeewerken. De doelbewuste inundatie van 1945 liet vervolgens zien hoe kwetsbaar zelfs een modern ontworpen polder bleef wanneer de waterkering werd geopend. De wielen, gebogen hersteldijk en het Dijkgatbos bewaren niet alleen oorlogsgeschiedenis, maar tonen ook hoe één korte waterstaatkundige gebeurtenis blijvende vormen in een strak ontworpen landschap kon achterlaten.

Het grotere verhaal

Wie door de Wieringermeer rijdt, ziet een ruim en opvallend regelmatig landschap van rechte wegen, lange sloten, grote landbouwpercelen en dorpen die in korte tijd zijn ontworpen. Vrijwel alles lijkt hier beheerst en gepland. Juist daarom is de plek aan de Noorderdijkweg zo aangrijpend. Achter de kaarsrechte IJsselmeerdijk liggen twee diepe, onregelmatige waterplassen en een bos dat niet in het oorspronkelijke polderontwerp thuishoorde. Zij ontstonden toen de jonge polder in april 1945 doelbewust werd verdronken.

De Wieringermeer maakte deel uit van de Zuiderzeewerken, het nationale programma dat Nederland beter tegen overstromingen moest beschermen en nieuw landbouwland moest opleveren. Met de aanleg van de polderdijk werd in 1927 begonnen. De nieuwe waterkering sloot ongeveer twintigduizend hectare af van de toen nog open Zuiderzee.

Op 10 februari 1930 begonnen de gemalen Lely bij Medemblik en Leemans bij Den Oever het afgesloten gebied leeg te pompen. Op 21 augustus viel de bodem officieel droog. Daarmee was de Wieringermeer de eerste grote polder van de Zuiderzeewerken en de enige die nog vóór de voltooiing van de Afsluitdijk rechtstreeks op de Zuiderzee werd gewonnen.

Na de drooglegging volgde geen spontane bewoning. Ingenieurs tekenden rechte wegen, hoofdvaarten, sloten en landbouwkavels. Boerderijen kregen vaste plaatsen op ruime percelen. Wieringerwerf, Middenmeer en Slootdorp werden als nieuwe woonkernen ontworpen. Ook de kolonisten werden zorgvuldig geselecteerd op vakkennis, financiële mogelijkheden, gezinssamenstelling en geschiktheid voor het pioniersbestaan.

De eerste jaren waren zwaar. De bodem moest rijpen, wegen waren nog eenvoudig en veel voorzieningen ontbraken. Toch groeide de polder snel uit tot een belangrijk landbouwgebied. Graan, aardappelen, bieten en andere gewassen deden het goed op de jonge bodem. Binnen vijftien jaar stonden er honderden boerderijen, woningen, scholen, kerken, pakhuizen en werkplaatsen.

Tijdens de Duitse bezetting kreeg het open polderlandschap een onverwachte militaire betekenis. De bezetter zag de Wieringermeer als mogelijk terrein voor geallieerde luchtlandingen. Vanaf begin 1945 werden in verschillende delen van West-Nederland voorbereidingen getroffen om gebieden onder water te zetten. Ook in de Wieringermeerdijk werden springladingen aangebracht. Vrees voor luchtlandingen speelde waarschijnlijk een rol, al is de precieze militaire afweging niet volledig opgehelderd.

Op 17 april 1945 kregen de bewoners bevel de polder te verlaten. Ongeveer zevenduizend inwoners en naar schatting duizend tot tweeduizend onderduikers moesten in enkele uren bezittingen bijeenpakken, vee wegbrengen en een veilig heenkomen zoeken. Veel mensen konden nauwelijks bevatten dat land dat pas vijftien jaar eerder op de Zuiderzee was gewonnen opnieuw aan het water werd prijsgegeven.

Omstreeks kwart over twaalf werden op twee plaatsen in de IJsselmeerdijk explosieven tot ontploffing gebracht. De eerste openingen waren nog betrekkelijk klein, maar het binnenstromende water vrat zich snel door zand, klei en steen. De gaten werden steeds breder en dieper. In ongeveer twee etmalen stroomde naar schatting 700 tot 750 miljoen kubieke meter water de polder in.

Gemiddeld kwam het water ongeveer 3,75 meter hoog te staan. Wegen, akkers, erven en dorpen verdwenen onder een nieuwe watervlakte. Alleen daken, kerktorens, hogere gebouwen en bomen staken op sommige plaatsen nog boven het water uit. Een kleine groep mensen bleef achter op De Terp, een verhoogde zandvlakte bij Wieringerwerf. Anderen zochten onderdak op bovenverdiepingen, in het kantoor van Domeinen, op schepen of op andere hogere plekken.

Stormen op 20 april en begin mei veroorzaakten extra schade. Gebouwen die de eerste instroom hadden doorstaan, kregen alsnog zware golfslag te verduren. Muren stortten in, daken verdwenen en houten onderdelen dreven weg. Het monument bij de doorbraak vermeldt dat ongeveer tachtig procent van de bebouwing geheel werd verwoest. Daarnaast gingen machines, voorraden, huisraad en vrijwel het volledige landbouwseizoen van 1945 verloren.

Bij de twee dijkopeningen schuurde het water diepe kolken uit. Zij bereikten diepten van ongeveer twintig en zesentwintig meter. Tegelijk werd achter de dijk een enorme hoeveelheid zand afgezet. De onregelmatige waterplassen en zandmassa’s pasten niet in het rechte patroon van de polder en zouden na het herstel als blijvende littekens zichtbaar blijven.

Doordat de bevolking kort tevoren was gewaarschuwd, vielen binnen de ondergelopen polder niet de grote aantallen slachtoffers die bij een onverwachte doorbraak mogelijk waren geweest. De evacuatie was desondanks chaotisch en ingrijpend. Gezinnen werden verspreid over Wieringen, West-Friesland en andere delen van Noord-Holland. Veel bewoners keerden tijdelijk terug naar familie in de gebieden waar zij vóór hun komst naar de nieuwe polder hadden gewoond.

Slechts achttien dagen na de dijkdoorbraak eindigde de Duitse bezetting in Nederland. Vrijwel direct na de bevrijding begon de voorbereiding van het herstel. De Wieringermeer was belangrijk voor de voedselproductie en kreeg daarom hoge prioriteit. De diepe kolken maakten een herstel op het oorspronkelijke rechte tracé echter bijzonder moeilijk.

In plaats van de gaten volledig te dempen, werd een nieuwe gebogen dijk om de kolken heen gelegd. Daardoor kwamen de twee wielen achter de nieuwe waterkering te liggen. Op 5 augustus 1945 was de dijk weer gesloten. Kort daarna begonnen de gemalen Lely en Leemans het water weg te pompen, geholpen door tijdelijke Werkspoorpompen en krachtig Amerikaans materieel.

Op 11 december 1945 viel de Wieringermeer voor de tweede keer droog. Modder, aangespoeld materiaal en resten van gebouwen bedekten het land. Dat het om relatief zoet IJsselmeerwater ging, bleek een belangrijk voordeel. De bodem hoefde niet jarenlang te worden ontzilt voordat landbouw opnieuw mogelijk werd.

De wederopbouw begon vrijwel onmiddellijk. Wegen en bruggen werden hersteld, noodwoningen geplaatst en boerderijen opnieuw gebouwd. In het voorjaar van 1946 konden honderden gezinnen terugkeren en datzelfde jaar werd opnieuw geoogst. Het volledige herstel van woningen, winkels, scholen, kerken en agrarische bedrijven duurde echter tot ver in de jaren vijftig.

Het zand dat bij de doorbraak achter de dijk was afgezet, werd niet volledig weggegraven. Op de schrale en onregelmatige bodem werd het Dijkgatbos aangeplant. Daardoor ligt nu achter de strakke polderdijk een besloten landschap met bomen, reliëf, water en slingerende paden. Aan de Noorderdijkweg vermeldt een kubusvormig monument de kerncijfers van de ramp.

Kijk vanaf de dijk eerst over het IJsselmeer en draai je daarna om naar de veel lager gelegen polder. Dat hoogteverschil maakt begrijpelijk hoe snel het water zich na de explosies kon verspreiden. Volg vervolgens de gebogen lijn van de herstelde dijk rond de wielen. De Wieringermeer werd eenmaal op de Zuiderzee gewonnen, vijftien jaar later doelbewust verdronken en binnen acht maanden opnieuw drooggemalen. Het Dijkgatbos en de twee kolken bewaren de plek waar een zorgvuldig ontworpen polder tijdelijk weer een meer werd.

Verder lezen