Nederland en het water
Marker Wadden
Midden in het Markermeer ligt een eilandengroep die pas vanaf 2016 werd aangelegd. Marker Wadden bestaat uit zand, klei en miljoenen kubieke meters slib uit de bodem van het meer. Het project moest geen droog landbouwland opleveren, maar ondiep water, natuurlijke oevers, rietmoerassen, slikvelden en paaiplaatsen voor vissen. Wind, golven, begroeiing en inklinkend slib vormen het landschap verder. Alleen het Haveneiland is toegankelijk. Daar laten stranden, vogelhutten, rietvelden en verhoogde paden zien hoe waterbouw en natuurherstel in elkaar grijpen.

Waarom hierheen?
Marker Wadden laat van dichtbij zien hoe met zand, klei en slib een compleet nieuw waterlandschap is opgebouwd. Op het Haveneiland liggen een stevige zandige buitenrand, beschutte slibvelden, geulen, ondiepten en rietzones dicht bij elkaar. Vogelhutten en de uitkijktoren Steltloper bieden zicht over het natte binnenland en de overige eilanden. De overtocht maakt deel uit van de ervaring: het gebied is alleen per boot bereikbaar en vraagt daardoor minimaal een halve dag. Een gids is niet nodig, maar voor de reguliere veerdienst en het eilandbezoek gelden wel kosten en seizoensgebonden vaardagen.
Wat zie je?
Je ziet een kleine haven, een bezoekerspaviljoen, een zandstrand, lage duinen, rietvelden, slikken, geulen en uitgestrekte ondiepe waterzones. Vanaf de Steltloper zijn de afzonderlijke eilanden en de kronkelende grenzen van het natte binnenland goed zichtbaar. Langs de wandelroutes liggen verschillende vogelhutten en kijkschermen. Buiten het Haveneiland en de aangegeven paden blijft het gebied ontoegankelijk om rust te bewaren voor vogels, vissen en andere dieren.
Waarom doet deze plek ertoe?
Marker Wadden keert het klassieke Nederlandse landmaken om. Het nieuwe land is niet bedoeld om water definitief buiten te sluiten of landbouwgrond en woonruimte te winnen. De eilanden zijn juist aangelegd om meer geleidelijke overgangen tussen open water, ondiepten, slik, moeras en droog zand te creëren. Daarmee wordt baggertechniek ingezet voor herstel van waterkwaliteit, leefgebieden en voedselketens. Het project laat tegelijk zien dat aangelegde natuur niet vanzelf af is: slib klinkt in, oevers slijten en moerasgebieden moeten worden gevolgd, hersteld en soms opnieuw aangevuld.
Het grotere verhaal
Het Markermeer oogt vanaf de oever als een grote open watervlakte, maar onder het oppervlak kampte het meer lange tijd met een hardnekkig probleem. Na de voltooiing van de Houtribdijk in 1976 werd het Markermeer van het IJsselmeer afgescheiden. De natuurlijke beweging van water en sediment veranderde sterk. Fijn slib bleef in het meer rondzweven en werd bij harde wind telkens opnieuw van de bodem losgemaakt. Het water werd troebel, waterplanten kregen weinig licht en geleidelijke overgangen tussen diep water, ondiepten, oevers en moeras ontbraken vrijwel geheel.
Marker Wadden ontstond als antwoord op die ecologische verschraling. Het uitgangspunt was ongebruikelijk: niet alleen bestaande natuur beschermen, maar met waterbouwkundige technieken nieuwe voorwaarden voor natuur scheppen. In 2016 begonnen Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en Boskalis met de aanleg van de eerste eilanden. Uiteindelijk ontstond een archipel van zeven eilanden. Samen met het omliggende onderwaterlandschap beslaat de eerste fase ongeveer 1.300 hectare.
De eilanden zijn grotendeels opgebouwd uit materiaal uit het Markermeer zelf. Zand vormde stevige buitenranden, stranden en onderwaterdammen. Binnen die begrenzingen werden fijnere klei en grote hoeveelheden slib aangebracht. In totaal kreeg ongeveer 35,6 miljoen kubieke meter slib een nieuwe plaats. Materiaal dat eerder als een dikke laag over de meerbodem lag, werd zo bouwstof voor slikken, geulen, ondiepten, moerassen en eilanden.
Niet iedere rand werd even hard ontworpen. Aan de zijden waar wind en golven het krachtigst aankomen, beschermen zandige randen en stranden het natte binnenland. Daarachter liggen beschutte bassins, slenken en ondiepe zones waarin het water rustiger is en zwevend slib kan bezinken. De eilanden verkorten bovendien de afstand waarover golven zich kunnen opbouwen. Daardoor ontstond niet alleen land boven water, maar vooral een gevarieerder landschap direct onder en rond het wateroppervlak.
Juist dat onderwaterlandschap vormt de kern van Marker Wadden. Veel vissen hebben ondiep en relatief warm water nodig om te paaien of op te groeien. Waterplanten kunnen zich gemakkelijker vestigen waar voldoende licht de bodem bereikt. Schelpdieren, insectenlarven en kleine waterdieren profiteren van slibrijke en beschutte zones. Zij vormen vervolgens voedsel voor vissen en vogels. De zichtbare eilanden zijn daardoor slechts het bovenste deel van een veel groter ecologisch systeem.
De natuurontwikkeling kwam op veel plaatsen snel op gang. Riet, moerasandijvie en andere pionierplanten vestigden zich op het verse sediment. Visdieven, kluten, lepelaars en veel andere water- en moerasvogels vonden er voedsel, rust en broedgelegenheid. Tegelijk ontwikkelt niet ieder deel zich op dezelfde manier. Sommige delen blijven open en slikkig, terwijl andere zones dichtgroeien met riet of andere planten.
Het landschap blijft bovendien fysiek in beweging. Slib klinkt in en zakt langzaam weg. Wind en stormgolven kunnen zandige randen aantasten. Geulen veranderen van vorm en waterstanden bepalen welke delen droogvallen of overstromen. Onderhoud en herstel zijn daarom geen teken dat het ontwerp is mislukt. Zij horen bij een project waarin natuurontwikkeling en waterbouw vanaf het begin als één veranderlijk systeem zijn benaderd.
Het Haveneiland vormt de toegankelijke voorzijde van de archipel. Een kleine haven maakt aankomst met de veerboot, eigen boot of charter mogelijk. Vanaf de haven lopen wandelroutes langs een zandstrand, lage duinen, rietvelden, slibvelden en natte laagten. Vogelhutten en kijkschermen maken het mogelijk dieren te observeren zonder de rustgebieden te betreden.
De uitkijktoren Steltloper geeft het duidelijkste overzicht. Vanaf de toren worden de afzonderlijke eilanden, watergeulen en kronkelende grenzen tussen zand, riet, slik en open water zichtbaar. Vanaf de grond lijken deze zones gemakkelijk losse stukken landschap. Van bovenaf wordt duidelijk dat zij samen een patroon van overgangen vormen.
Gebouwen en voorzieningen zijn bewust geconcentreerd rond de haven en de wandelroutes. Het belangrijkste bouwwerk is niet het bezoekerspaviljoen of de uitkijktoren, maar de complete combinatie van zanddammen, slibvelden, geulen, oevers en ondiepten. De grens tussen aangelegd en spontaan ontstaan is daarbij moeilijk scherp te trekken. Mensen bepaalden de uitgangsvorm, maar water, wind, planten en dieren veranderen die vorm voortdurend.
Marker Wadden is geen droogmakerij in traditionele zin. Er ligt geen ringdijk waarachter het water is weggepompt. Er kwamen geen akkers, wegen of permanente woongebieden. Natte, slikkige, beweeglijke en tijdelijk overstroomde zones gelden hier juist als waardevol. Het nieuwe land hoeft niet volledig droog of onveranderlijk te blijven, maar mag zich onder invloed van sediment en water verder ontwikkelen.
Let vanaf de Steltloper vooral op de opeenvolgende hoogtes. Open water wordt geleidelijk ondieper, daarna volgen slik, moerasplanten, riet en hoger zand. Juist zulke overgangen ontbraken langs grote delen van het Markermeer. Marker Wadden laat daardoor zien dat nieuw land niet alleen kan worden gebouwd om water terug te dringen. Hier werd land gemaakt om waternatuur opnieuw ruimte te geven.
Verder lezen
- Het project Marker WaddenNatuurmonumenten
- Marker Wadden in het MarkermeerNatuurmonumenten
- MarkermeerRijkswaterstaat
- Grondstromen Marker WaddenNatuurmonumenten