Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Nederland en het water

Marken: wonen met de Zuiderzee

Marken raakte in de middeleeuwen van Waterland gescheiden en bleef eeuwenlang als laag eiland in de Zuiderzee liggen. Omdat dijken het water niet altijd konden tegenhouden, concentreerden de bewoners hun huizen op kunstmatig verhoogde woonheuvels: de werven. Toen die vol raakten, verschenen houten woningen tegen de hellingen en op palen. De groene huizen, smalle paden en dichtbebouwde werven bewaren een woonvorm die rechtstreeks uit het overstromingsgevaar voortkwam. Sinds 1957 verbindt een dijk Marken met het vasteland, maar de oude eilandstructuur is nog overal leesbaar.

Nederland en het waterWaterwerkenWonen met waterPlek
Groene houten huizen in een dichtbebouwde historische woonbuurt op Marken
De dicht opeengebouwde houten huizen herinneren aan de schaarse veilige bouwruimte op de verhoogde woonplaatsen van Marken.Foto: Rene Cortin, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

Op Marken is zichtbaar hoe complete woonbuurten werden aangepast aan terugkerende overstromingen. De werven liggen nog altijd hoger dan het omliggende grasland en dragen dicht opeengebouwde houten huizen. Op verschillende plekken staan woningen tegen de hellingen of zijn vroegere paalconstructies nog herkenbaar. De dijkweg naar het vasteland voegt een tweede laag toe: een eeuwenoud eiland dat in 1957 een schiereiland werd. De openbare buurten zijn vrij te voet te verkennen; een gids of entreebewijs is niet nodig.

Wat zie je?

Je ziet de haven, Kerkbuurt en verschillende verhoogde werven met groene houten huizen, smalle klinkerpaden en duidelijke hoogteverschillen. Aan de randen van de woonheuvels staan huizen lager tegen de helling en sluiten de compacte buurten abrupt aan op open grasland. Rond het voormalige eiland loopt de oude zeedijk. Aan de westzijde strekt de lange verbindingsdijk naar Waterland zich door het Markermeer uit.

Waarom doet deze plek ertoe?

Marken bewaart een uitzonderlijk compleet voorbeeld van wonen met terugkerend overstromingsgevaar. De werven, paalwoningen, houten bouw, smalle paden, lage weilanden en ringdijk vormen samen één aangepast woonlandschap. De betekenis ligt daardoor niet alleen in afzonderlijke monumentale huizen, maar vooral in het verband tussen bodemhoogte, waterdreiging en nederzettingsvorm. De afsluiting van de Zuiderzee en de verbindingsdijk veranderden het gevaar en de bereikbaarheid, maar wisten de oude waterlogica niet uit.

Het grotere verhaal

Marken ligt tegenwoordig als schiereiland in het Markermeer, maar het landschap en de bebouwing werden gevormd in de eeuwen waarin het volledig door de Zuiderzee was omringd. De lage weilanden, de smalle dijk en de verhoogde woonbuurten laten zien dat wonen hier nooit losstond van de hoogte van het water.

In de vroege middeleeuwen maakte het gebied nog deel uit van het veenlandschap van Waterland. Ontwatering liet de bodem dalen, terwijl stormvloeden en afslag het open water uitbreidden. Waarschijnlijk raakte Marken in de twaalfde eeuw van het vasteland gescheiden. Vanaf dat moment lag een kwetsbaar eiland in een steeds groter wordende Zuiderzee.

Friese monniken van het klooster Mariëngaarde bezaten in de dertiende en veertiende eeuw land en boerderijen op Marken. Zij legden lage dijken aan en probeerden landbouw en veeteelt mogelijk te houden. De bodem bleef echter laag en de keringen boden geen volledige zekerheid. Overstromingen hoorden bij het bestaan op het eiland.

De bewoners zochten veiligheid door hun woonplaatsen op te hogen. Deze kunstmatige woonheuvels worden op Marken geen terpen maar werven genoemd. Kerkbuurt en Kloosterwerf behoorden tot de vroegste grotere woonkernen. Langs verbindingswegen en op andere geschikte plekken ontstonden later nieuwe werven, waaronder Rozewerf, Witte Werf en Grotewerf.

In historische bronnen komen 27 verschillende werfnamen voor. Daarvan zijn er tegenwoordig ongeveer vijftien herkenbaar. Sommige werven verdwenen door kustafslag, andere werden verlaten of gingen op in latere bebouwing. De Grote Kloosterwerf verdween geheel in het water ten zuiden van het eiland.

De huizen stonden dicht bij elkaar op de hoogste delen van de woonheuvels. Veilige bouwgrond was schaars en iedere bruikbare vierkante meter telde. De smalle paden, kleine erven en onregelmatige plaatsing van woningen ontstonden niet uit een vooraf ontworpen stratenplan, maar uit herhaald aanpassen, uitbreiden en verdichten.

Toen de werven in de negentiende eeuw vol raakten, werden nieuwe huizen tegen de hellingen gebouwd. Om de woonvloer boven het overstromingswater te houden, rustten delen van deze woningen op houten palen. De ruimte onder het huis bleef aanvankelijk open of werd later dichtgezet. Zo ontstond de karakteristieke combinatie van houten gevels, niveauverschillen, nauwe doorgangen en woningen die niet overal rechtstreeks op het maaiveld staan.

Hout was relatief licht en daardoor geschikt voor bouwen op slappe veengrond en aan de randen van de werven. Veel gevels werden groen of donker geschilderd en kregen witte details. Afzonderlijk ogen de huizen eenvoudig, maar samen vormen zij compacte buurten waarin veilig wonen zwaarder woog dan ruime straten, grote erven of een regelmatig verkavelingsplan.

De lagere gronden buiten de werven bleven grotendeels in gebruik als hooi- en weiland. Landbouw werd door verzilting en terugkerende overstromingen steeds moeilijker. Visserij kreeg daardoor een belangrijkere plaats. Vanuit de haven voeren mannen de Zuiderzee op, terwijl gezinnen en ambachtslieden op de dichtbebouwde werven leefden en werkten.

De dijk rond Marken bleef kwetsbaar. Bij zware noordwesterstormen kon het water hoog tegen het eiland worden opgestuwd. In de nacht van 13 op 14 januari 1916 sloeg een stormvloed over de dijken en drong het water de woonbuurten binnen. Zestien mensen kwamen op Marken om het leven. Huizen raakten beschadigd en bewoners zochten veiligheid op de werven, hogere verdiepingen en zolders.

De ramp van 1916 versterkte de politieke druk om de Zuiderzee af te sluiten. In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed. Het zoute getijdenwater rond Marken veranderde geleidelijk in het zoetere en rustiger IJsselmeer. Het directe gevaar van stormvloeden uit zee nam sterk af, terwijl de traditionele Zuiderzeevisserij een groot deel van haar bestaansbasis verloor.

Volgens de plannen zou Marken uiteindelijk deel worden van de Markerwaard, een grote nieuwe polder. Hiervoor werden dijken aangelegd die de voormalige eilandwereld met nieuw land en het vasteland moesten verbinden. De Bukdijk richting Volendam bleef onvoltooid, maar de westelijke verbinding met Waterland werd wel afgemaakt.

Op 17 oktober 1957 werd de damweg tussen Marken en Waterland geopend. Vanaf dat moment was Marken formeel geen eiland meer. Auto’s, bussen en goederen konden over de weg komen en de eeuwenlange afhankelijkheid van bootverbindingen nam af. De voormalige eilandgrens bleef echter leesbaar: de smalle dijkweg loopt als een lange lijn door het water voordat de bebouwing wordt bereikt.

De werven verdwenen na de afsluiting van de Zuiderzee niet uit het landschap. Hoewel hun rol als toevlucht boven stormvloedwater afnam, bleven zij de vorm van het dorp bepalen. De groene houten huizen, besloten paden en hoogteverschillen werden in de twintigste eeuw steeds sterker als bijzonder erfgoed gewaardeerd.

Marken werd al vroeg een bestemming voor kunstenaars, fotografen, onderzoekers en toeristen. Zij kwamen voor de klederdracht, visserscultuur, haven en houten huizen. Dat beeld maakte Marken beroemd, maar kon verhullen dat de bebouwing niet als schilderachtig decor was ontworpen. De werven en paalwoningen waren praktische antwoorden op een lage, natte en gevaarlijke leefomgeving.

Een groot deel van Marken is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Niet één afzonderlijk monument vormt de kern van die bescherming. De waarde ligt in het verband tussen de verhoogde werven, houten woningen, smalle paden, open weilanden, dijk en voormalige eilandvorm. Juist die samenhang maakt de geschiedenis van water en bewoning zichtbaar.

Loop vanaf de haven richting Kerkbuurt en let erop hoe de paden langzaam stijgen. Kijk daarna bij Rozewerf of Grotewerf naar de overgang tussen de hogere woonbuurt en het lage grasland. De hoogteverschillen lijken bescheiden, maar tijdens een overstroming konden enkele meters bepalen of het water een woning binnendrong of dat de woonvloer droog bleef.

Marken vertelt daardoor niet in de eerste plaats het verhaal van nieuw land maken, maar van blijven wonen op land dat voortdurend door water werd bedreigd. De bewoners veranderden niet het hele meer. Zij pasten hun huizen, buurten, bouwmaterialen en bestaansmiddelen aan, totdat het eiland in de twintigste eeuw zelf werd opgenomen in de grote veranderingen rond de voormalige Zuiderzee.

Verder lezen