Het verhaal van deze plek
Een gat in de duinenrij
Tussen Camperduin en Petten ontbrak eeuwenlang iets wat langs bijna de gehele Noord-Hollandse Noordzeekust vanzelfsprekend lijkt: een brede rij natuurlijke duinen. Juist op deze plek lag het achterland open voor de zee. Waar elders zand, wind en begroeiing samen een duinmassief vormden, moest hier een door mensen gebouwde zeewering de golven tegenhouden.
De kustlijn lag vroeger verder naar het westen. In de middeleeuwen bevonden zich vóór de huidige kust duinen, stranden en stukken bewoond land. Stormvloeden, golfslag en voortdurende afslag schoven de grens tussen land en zee steeds verder oostwaarts. Nederzettingen verdwenen of werden landinwaarts verplaatst. Ook Petten moest in de loop van de tijd meerdere keren voor het water wijken.
Op deze zwakke plek ontstond geleidelijk een stelsel van dijken en versterkte duinen. Het beheer kwam in handen van het Hoogheemraadschap van de Hondsbossche en Duinen tot Petten. Dijkgraven, hoogheemraden, opzichters en arbeiders hielden zich bezig met een kustvak waarvan het voortbestaan nooit vanzelfsprekend was. De naam van de zeewering verwees naar het verdwenen gebied Hondsbos of Hondsbosch. De zeewering bewaarde zo de naam van land dat de zee al had weggenomen.
De verdediging werd door de eeuwen heen steeds zwaarder. Houten palen, rijshout, klei en steen moesten voorkomen dat golven de dijk aantastten. Later kwamen basaltbekleding en strandhoofden die de stroming en het zandtransport moesten beïnvloeden. Na zware stormen volgden inspecties, herstelwerk en vaak opnieuw een verhoging of verbreding.
Zes kilometer harde zeewering
Uiteindelijk vormden de Hondsbossche en Pettemer Zeewering een ongeveer zes kilometer lange harde onderbreking tussen de duinen van Schoorl en die ten noorden van Petten. De dijk lag vrijwel rechtstreeks aan zee. Er was nauwelijks strand en tijdens stormen sloegen de golven tegen de stenen bekleding van het buitentalud. De rechte en zware dijk contrasteerde sterk met de beweeglijke duinen aan beide uiteinden.
De stormvloed van 1 februari 1953 maakte duidelijk dat zelfs een hoge en zwaar beklede zeedijk kwetsbaar bleef. De kruin lag ongeveer 8,5 meter boven NAP, maar golven sloegen eroverheen. Delen van het werkspoor werden weggeslagen en bij Camperduin verdween ongeveer 1.500 vierkante meter basaltbekleding. Rond bunkers uit de Tweede Wereldoorlog ontstonden diepe uitschuringen.
Na 1953 werd de dijk opnieuw versterkt. Bij Camperduin kreeg vooral de aansluiting tussen de harde zeewering en de aangrenzende duinen aandacht. De dijk stak daar verder in zee dan de zandige kust ernaast. Juist zulke overgangen kunnen door stroming en golfslag sterk eroderen. Toch bleef de zeewering nog tientallen jaren de primaire bescherming van het achterland.
Van zwakke schakel naar zandige kust
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw voldeed de Hondsbossche en Pettemer Zeewering niet meer aan de nieuwe wettelijke veiligheidseisen. Zij werd aangewezen als een zwakke schakel in de Nederlandse kust. Een traditionele oplossing lag voor de hand: de bestaande dijk opnieuw verhogen, verbreden en versterken met extra steen en asfalt. Daarmee zou de harde barrière echter nog groter worden en zou de abrupte overgang tussen dijk en duin blijven bestaan.
Er werd uiteindelijk gekozen voor een ingreep aan de zeezijde. Voor de oude dijk moest een compleet nieuw strand- en duingebied komen. Niet een nog hogere muur van klei, steen en asfalt, maar een enorme hoeveelheid zand zou voortaan het eerste geweld van golven en stormvloeden opvangen. De verdedigingslijn verschoof daarmee honderden meters naar het westen.
In 2014 en 2015 brachten baggerschepen ongeveer 35 miljoen kubieke meter zand uit de Noordzee naar de kust. Sleephopperzuigers haalden het materiaal uit aangewezen zandwingebieden. Via leidingen en sproeisystemen werd het zand op de zeebodem, op het strand en in de nieuwe duinen aangebracht. Waar de zee eerder direct tegen de dijk sloeg, ontstonden een brede vooroever, een kilometerslang strand en nieuwe duinruggen.
De aanleg diende niet alleen de waterveiligheid. Het nieuwe landschap kreeg verschillende vormen en functies. Bij Camperduin ontstond achter een strandhaak een lagune. Elders kwamen brede stranden, vochtige duinvalleien, hoge ruggen en rustige natuurzones. Wandel-, fiets- en ruiterpaden maakten het gebied toegankelijk. Een kustvak dat vroeger vooral uit een dijklichaam bestond, veranderde in een uitgestrekt landschap.
Nieuwe natuur voor de oude dijk
Helmgras en andere pionierplanten helpen het losse zand vast te houden. Tegelijk bleef ruimte bestaan voor verstuiving. Wind blaast zand vanaf het strand naar de duinen, waar het tussen de begroeiing blijft liggen. In lage delen verzamelt zich tijdelijk water en ontstaan vochtige milieus. Op hogere ruggen bepalen droogte, zout en stuivend zand welke planten zich kunnen vestigen.
De voormalige Hondsbossche Zeewering bleef achter het nieuwe duingebied liggen. De dijk verdween dus niet, maar verloor in 2016 zijn primaire waterkerende functie. Aan de landzijde is het tracé nog altijd herkenbaar als een lange en rechte grasdijk. Daardoor liggen hier twee generaties kustverdediging naast elkaar: een vaste harde grens en een brede zandige zone die mag bewegen.
De nieuwe kust houdt zichzelf niet volledig zonder hulp in stand. Sinds de aanleg veranderden strand en vooroever op sommige plaatsen sneller dan vooraf was verwacht. Vooral rond Camperduin en Petten verplaatsen stroming en golven grote hoeveelheden zand. Rijkswaterstaat vult het kustfundament daarom periodiek aan met nieuwe suppleties. Daarbij wordt zand op het strand of op de zeebodem vóór de kust aangebracht.
Een kust die onderhoud blijft vragen
Een vooroeversuppletie werkt anders dan het direct ophogen van een dijk. Het zand wordt onder water neergelegd en vervolgens door golven en stroming verder verdeeld. Een deel beweegt richting strand en duinen. De verdediging bestaat daardoor niet uit een voltooid object dat daarna alleen hoeft te worden geïnspecteerd, maar uit een kustsysteem dat geregeld met nieuw materiaal wordt gevoed.
Bij Camperduin is de opeenvolging van oud en nieuw goed te lezen. Voor je ligt de Noordzee. Daarachter volgen strand, jonge duinen, lagune en vochtige laagten. Verder landinwaarts loopt de rechte voormalige zeedijk. Binnen enkele honderden meters liggen daardoor open zee, een kustlijn uit 2015 en een dijkgeschiedenis die vele eeuwen teruggaat.
Let vooral op de positie van die oude dijk. Wie alleen over het strand en door de jonge duinen loopt, kan gemakkelijk denken dat deze kust altijd zo heeft bestaan. Pas wanneer de rechte grasdijk achter het zand zichtbaar wordt, valt op hoe ver de kust naar buiten is verplaatst. De Hondsbossche Duinen tonen daarmee geen keuze tussen techniek óf natuur. Het hele landschap is ontworpen waterbouw, maar wind, zee, zand en begroeiing mogen binnen dat ontwerp voortdurend blijven bewegen.