Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Bijzondere natuur

Balgzand

Tussen Den Helder en het voormalige eiland Wieringen ligt Balgzand, een uitgestrekt landschap van wadplaten, geulen, kwelders en zilte graslanden. Bij laagwater verspreiden duizenden vogels zich over het droogvallende wad om schelpdieren, wormen en kleine kreeftachtigen te zoeken. Met het opkomende water schuiven zij naar de dijk en andere hoogwatervluchtplaatsen. Vooral rond hoogwater wordt zichtbaar waarom Balgzand tot de vogelrijkste plekken van Noord-Holland behoort.

Bijzondere natuurNatuur & landschapWaddenlandschapNatuurgebied
Uitzicht vanaf de omgeving van het Amstelmeer over Balgzand en de Waddenzee
Uitzicht over Balgzand vanaf de omgeving van het Amstelmeer. Water, droogvallende platen en een vrijwel onbelemmerde horizon bepalen het landschap.Foto: Michielverbeek, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

Balgzand maakt de werking van de Waddenzee zichtbaar zonder dat daarvoor een eiland hoeft te worden bezocht. Vanaf het uitkijkpunt bij Van Ewijcksluis verandert open water binnen enkele uren in slik, geulen en zandplaten. Bij opkomend water worden steltlopers en eenden naar de hoogwatervluchtplaatsen gedreven, waar compacte zwermen kanoeten en bonte strandlopers boven de dijk kunnen draaien. Het bezoek is gratis, maar de ervaring staat of valt met het getij.

Wat zie je?

Bij laagwater verschijnen brede slik- en zandplaten met ondiepe geulen. Langs de dijk liggen kwelders, zilte graslanden en lage begroeiingen met zeekraal, lamsoor en zeeaster. Afhankelijk van seizoen en getij zijn scholeksters, kanoeten, bonte strandlopers, rosse grutto’s, kluten, bergeenden en rotganzen te zien. Het grootste deel van het natuurgebied blijft gesloten; Balgzand wordt vooral vanaf het uitkijkpunt en tijdens begeleide excursies beleefd.

Wanneer zie je wat?

Kies een maand en zie welke soorten, planten of paddenstoelen dan kansrijk zijn.

Kanoet

Vogel

Vooral tijdens trek en winter verzamelen kanoeten zich in grote groepen. Rond hoogwater kunnen compacte zwermen boven de rustplaatsen langs de dijk draaien.

Bonte strandloper

Vogel

Deze kleine steltlopers zoeken bij laagwater voedsel langs natte slikranden en verzamelen zich bij hoogwater soms met duizenden tegelijk.

Rosse grutto

Vogel

Tijdens voor- en najaarstrek zijn rosse grutto’s herkenbaar aan hun lange, iets opgewipte snavel waarmee zij diep in het slik zoeken.

Kluut

Vogel

Kluten zoeken in ondiep water met zijwaaiende snavelbewegingen naar kleine waterdieren en broeden op rustige, kale of schaars begroeide plekken.

Bergeend

Vogel

Bergeenden zijn het hele jaar aanwezig. In de zomer kunnen grote groepen bijeenkomen om te ruien op en rond het rustige wad.

Rotgans

Vogel

Van herfst tot voorjaar rusten en foerageren rotganzen langs de Waddenkust. Hun donkere groepen zijn vaak boven wad en kwelder te zien.

Lepelaar

Vogel

Lepelaars zoeken met hun platte snavel in ondiep water naar garnalen en kleine vissen. Ze zijn vaak rustend of foeragerend langs geulen en brakke plassen te vinden.

Visdief

Vogel

In het zomerhalfjaar jagen visdieven boven ondiep water. Op speciaal ingerichte broedplaatsen proberen kolonies buiten bereik van grondroofdieren te nestelen.

Zwarte stern

Vogel

In de nazomer kunnen grote aantallen zwarte sterns boven het water foerageren en gezamenlijk een slaapplaats in de omgeving opzoeken.

Zeekraal en lamsoor

Plant

Lamsoor kan de kwelder in de zomer paars kleuren. Later in het jaar krijgt zeekraal vaak rode tinten, waardoor de lage zilte begroeiing sterk van aanzien verandert.

Waarom doet deze plek ertoe?

Balgzand is een onmisbare voedsel- en rustplaats langs de internationale trekroute van de Waddenzee. De droogvallende bodem zit vol schelpdieren, wormen, garnalen en slakjes, terwijl dijken, kwelders en graslanden rust bieden wanneer het wad overstroomt. Ook de overgang tussen zout wadwater, brakke kwel en zoeter binnenwater levert bijzondere leefgebieden op. Alleen wanneer voedsel, rust en hoogwatervluchtplaatsen samen behouden blijven, kan het gebied zijn internationale betekenis houden.

Het grotere verhaal

Balgzand ligt aan de zuidwestelijke rand van de Waddenzee, tussen Den Helder en Wieringen. Vanaf de dijk lijkt het landschap soms bijna leeg. Water, lucht en een lage horizon bepalen het beeld. Het grootste deel van het leven bevindt zich echter onder het water en in de zachte bodem en wordt zichtbaar zodra de zee zich terugtrekt.

Tweemaal per etmaal valt een groot deel van het wad droog. Ondiepe geulen blijven achter tussen platen van zand en slib. In die bodem leven kokkels, kleine mosselen, wadpieren, slakjes, garnalen en andere bodemdieren. Voor steltlopers en eenden verandert het water daardoor in een uitgestrekte voedselvlakte.

Iedere vogelsoort gebruikt het wad op een andere manier. Scholeksters openen schelpen, wulpen zoeken met hun lange snavel diep in het slik en kleinere strandlopers pikken snel langs de natte randen. Rosse grutto’s en kanoeten zoeken voedsel op de platen, terwijl bergeenden ondiep water en slik combineren.

Bij laagwater staan de vogels ver verspreid. Met het opkomende water worden de voedselstroken smaller en schuiven de groepen naar kwelders, dijken en andere hoge plaatsen. Rond hoogwater kunnen duizenden vogels dicht bijeen staan. Kanoeten en bonte strandlopers vormen dan zwermen die als één lichaam van richting veranderen en afwisselend licht en donker lijken.

Een slechtvalk kan zo’n hoogwatervluchtplaats plotseling in beweging brengen. De zwerm trekt samen, wijkt uit en valt daarna langzaam weer uiteen. Zo wordt zichtbaar hoeveel vogels op een klein oppervlak rusten. Die rust is geen luxe: vogels moeten energie sparen voor trek, winter en de volgende voedselperiode.

Balgzand maakt deel uit van een internationale route. Veel steltlopers broeden duizenden kilometers noordelijker en gebruiken de Waddenzee om onderweg reserves op te bouwen. Andere soorten blijven hier een groot deel van de winter. De kwaliteit van één wadplaat kan daardoor gevolgen hebben voor vogels die zich over meerdere landen en continenten verplaatsen.

Langs de dijk liggen ook kwelders en zilte graslanden. Waar slib zich ophoopt, vestigen zich planten die zout, wind en overstroming verdragen. Lamsoor kan de kwelder in de zomer paars kleuren en zeekraal krijgt later rode tinten. Zeeaster, zoutmelde en zeeweegbree horen eveneens bij deze overgang tussen land en zee.

De planten remmen de stroming en houden nieuw slib vast. Daardoor kan de kwelder langzaam hoger worden. De grens tussen water en land ligt hier dus niet vast. Geulen verplaatsen zich, platen groeien of eroderen en begroeiing beïnvloedt waar sediment achterblijft.

Aan de binnenzijde van de dijk mengt zoute kwel zich met zoeter binnenwater. Brakke plassen, graslanden, kanalen en het Amstelmeer liggen dicht bij het wad. Deze overgang is belangrijk voor planten, vogels en vissen. Aal en driedoornige stekelbaars gebruiken verbindingen tussen zee en binnenwater, terwijl lepelaars in ondiepe delen naar kleine vissen en garnalen zoeken.

Ook menselijke ingrepen bepaalden de huidige kust. Bedijking en inpoldering voegden delen van het vroegere getijdengebied aan het vaste land toe. De Balgzanddijk vormt nog altijd een scherpe grens tussen het wad en het lager gelegen landbouwgebied. De aanleg van de Amsteldiepdijk in 1924 sloot een deel van het getijdenwater af en liet het Amstelmeer ontstaan.

Ondanks die veranderingen bleef aan de zeezijde een uitzonderlijk rijk wadgebied bestaan. De dijk kreeg naast zijn waterkerende functie betekenis als hoogwatervluchtplaats. Binnendijks zijn broedterreinen en eilanden ingericht voor sterns, kluten en plevieren. Verhoogde of geïsoleerde plekken moeten grondbroeders beter beschermen tegen overstroming en roofdieren.

Het grootste deel van Balgzand is niet toegankelijk. Kwelders, rustplaatsen en delen van de dijk blijven gesloten omdat verstoring veel energie kost. Vogels die herhaaldelijk moeten opvliegen, verliezen rusttijd en verbranden reserves. Daarom wordt het gebied vooral bekeken vanaf aangewezen punten of tijdens begeleide excursies.

Het vrije uitkijkpunt bij Van Ewijcksluis biedt zicht over het oostelijke deel. Het gekozen tijdstip bepaalt sterk wat er te zien is. Bij laagwater staan veel vogels ver weg op de platen. Tijdens opkomend water schuiven zij dichter naar de dijk. Een bezoek rond hoogwater geeft doorgaans de beste kans op grote groepen, maar exacte omstandigheden verschillen per dag.

De seizoenen veranderen de samenstelling. In voor- en najaar trekken grote aantallen steltlopers door. In de nazomer verzamelen bergeenden zich voor de rui en kunnen zwarte sterns gezamenlijk een slaapplaats gebruiken. Herfst en winter brengen rotganzen, smienten en andere eenden. In voorjaar en zomer broeden kluten, sterns en plevieren op rustige terreinen.

Balgzand dankt zijn rijkdom niet aan één soort. Het samenspel van getij, bodemleven, wadplaten, geulen, kwelders, brakke wateren en rustplaatsen bepaalt de waarde. Iedere vloed maakt voedsel tijdelijk onbereikbaar en iedere eb legt het opnieuw bloot. De vogels bewegen voortdurend mee met dat ritme.

Wie vanaf de dijk naar de verschuivende waterlijn kijkt, ziet daarom geen leeg kustlandschap. De wadplaten zijn een enorme voedselvoorraad, de kwelders vormen een groeiende overgangszone en de dijk biedt toevlucht bij hoogwater. Balgzand laat zien hoe de Waddenzee wordt gedragen door herhaling: water dat komt, water dat verdwijnt en vogels die telkens opnieuw hun plaats vinden.

Verder lezen