Het verhaal van deze plek
Een gehucht in het veen
Wouthuyse was een klein gehucht bij De Woude, aan de rand van het Alkmaardermeer en de huidige Markervaart. Op zeventiende-eeuwse kaarten verschijnt het als een bescheiden groep huizen in een laag veenlandschap. Water, sloten, kwetsbare erven en vaarwegen lagen er dicht bij elkaar. Bewoning was hier alleen mogelijk door de grond voortdurend te ontwateren, op te hogen en tegen overstromingen te beschermen.
De Woude is tegenwoordig een klein eiland in het Alkmaardermeer dat met een pont bereikbaar is. Die eilandpositie is niet vanzelf ontstaan. Het gebied maakte deel uit van een uitgestrekt veenlandschap waarin de grens tussen land en water voortdurend verschoof. Kades, dijken, sloten en gegraven vaarten bepaalden waar mensen konden wonen en hoe zij hun erven bereikten.
Wouthuyse lag op een deel van dit veengebied. De naam verwijst mogelijk naar bos of moerasbos op de natte grond. Veen was niet alleen een moeilijke ondergrond, maar ook een bron van inkomsten. Het werd afgegraven voor turf, terwijl sloten voor ontwatering zorgden. Door die ontwatering kon de bodem dalen en nam de kwetsbaarheid voor water toe.
Wat de bodem terugbracht
Archeologisch onderzoek rond de N246 en de afrit naar de pont bracht het gehucht opnieuw aan het licht. Er werd geen grote stenen dorpskern gevonden, maar een verzameling bescheidener sporen: greppels, aardewerk, baksteen, een opgehoogd erf en resten van een gebouw. Juist zulke vondsten passen bij een kleine nederzetting in een nat veenlandschap.
De bodem bleek verschillende perioden te bewaren. In de omgeving waren bij de aanleg van de N246 in 1957 en 1958 al resten van bewoning uit de Romeinse tijd gevonden. Deze lagen vrijwel direct op het veen en waren afgedekt door grijze klei die tijdens latere overstromingen was afgezet. Boven die oudere bewoningslaag ontstonden eeuwen later de erven van Wouthuyse. Moderne wegen en aansluitingen vormden vervolgens de nieuwste laag.
In de late middeleeuwen was het veen in lange stroken afgegraven voor turfwinning. De achtergebleven greppels werden later met klei opgevuld. In dat materiaal zaten soms stukken baksteen en aardewerk. Na een overstromingsperiode bleef opnieuw een laag klei achter. Die steviger ondergrond werd vervolgens benut voor nieuwe bewoning.
Voor een van de huizen werd een platform van klei aangelegd. Het bevatte puin en aardewerk dat grotendeels rond 1600 wordt gedateerd. Op het platform stonden houten stijlen op bakstenen poeren. Ook kwamen ondiepe bakstenen funderingen van een zijwand en een binnenwand tevoorschijn. Het ongeveer oost-west gerichte gebouw had waarschijnlijk drie beuken. De combinatie van hout en baksteen was praktisch op een bodem die nat en weinig draagkrachtig bleef.
Zes huizen langs een smalle weg
Een kaart uit 1680 geeft het gehucht een concreter aanzien. Een smal weggetje liep ongeveer van noord naar zuid. Aan weerszijden stonden drie huizen met hun voorgevel naar de weg. De opgegraven resten worden vermoedelijk verbonden met het noordwestelijke erf van dit kleine cluster. Andere erven kunnen onder de huidige pontafrit liggen of verloren zijn gegaan in nat en later verstoord terrein.
Wouthuyse bestond daarmee uit niet meer dan enkele huizen en erven tussen veen, klei en water. Het was geen kerk- of marktcentrum en liet weinig geschreven bronnen na. Het dagelijks leven speelde zich af binnen een klein netwerk van landbouw, turfwinning, vervoer over water en verbindingen met omliggende nederzettingen.
De Markervaart snijdt door het oude land
De aanleg van de Markervaart werd een ingrijpende verandering. In 1643 werd tijdens de droogmaking van de Starnmeer een nieuwe vaarverbinding gegraven. Daardoor werd een deel van het veeneiland van De Woude afgesneden. Een deel van Wouthuyse lijkt bij het graven van de vaart te zijn verdwenen. De nieuwe waterweg verbeterde het vervoer, maar sneed tegelijk door ouder bewoond land.
Het gehucht verdween waarschijnlijk niet op één moment. Turfwinning had de bodem al veranderd, overstromingen legden nieuwe kleilagen af en het kanaal verschoof de grens tussen land en water. Latere wegenbouw en andere ingrepen dekten overgebleven sporen af of beschadigden ze. Het gevonden materiaal wijst vooral op bewoning in de zeventiende eeuw, al roepen scherven van rond 1600 de vraag op of er al eerder huizen stonden.
Wat vandaag nog rest
Bovengronds is van Wouthuyse niets als dorp herkenbaar. De N246, de pontafrit en de Markervaart bepalen nu het beeld. Toch ligt onder en naast die moderne infrastructuur de plattegrond van een ouder landschap. Bakstenen poeren, aardewerk en een kleiplatform markeren waar ooit een erf lag. Oude kaarten voegen daar een weggetje en zes huizen aan toe. Samen maken die fragmenten duidelijk dat het open water- en polderland rond De Woude ooit plaats bood aan een klein gehucht dat langzaam uit het landschap verdween.