Verdwenen plekken
Verdwenen kasteel Kronenburg bij Castricum
In de weilanden ten zuidoosten van Castricum stond ooit kasteel Kronenburg, een vrijwel vierkante waterburcht met torens, grachten en een afzonderlijk voorplein. Het kasteel verdween na verwoesting en langdurig verval zo volledig uit het landschap dat alleen lichte verhogingen, oude waterlopen en ondergrondse funderingen zijn overgebleven. De nabijgelegen boerderij draagt de naam voort en werd deels gebouwd met stenen die vermoedelijk uit de ruïne afkomstig waren.
Waarom hierheen?
Kronenburg maakt zichtbaar hoe een groot stenen kasteel bijna volledig in een agrarisch landschap kan verdwijnen. Er staat geen ruïne meer die de plaats onmiddellijk verklaart. De lichte verhoging in het weiland, gebogen sloten, restanten van de vroegere gracht en de geïsoleerde boerderij moeten samen worden gelezen. Onder het gras ligt de omtrek van een kasteel dat eeuwenlang het omliggende land beheerste en later steen voor steen werd afgebroken.
Wat zie je?
Het open terrein rond boerderij Cronenburg ligt op een hogere zandrug in het voormalige mondingsgebied van het Oer-IJ. In het gras zijn geen opgaande kasteelmuren meer aanwezig. Wel tekenen delen van het vroegere grachtenstelsel zich af in sloten, lage glooiingen en subtiele hoogteverschillen. Ten noordoosten van de boerderij ligt de plaats van het latere kasteel. Dichter bij de Cronenburgervaart bevindt zich een tweede verhoogd terrein waar mogelijk het oudere Huis te Castricum heeft gestaan.
Waarom doet deze plek ertoe?
Kronenburg laat zien dat zelfs een aanzienlijk kasteel vrijwel volledig uit het landschap kan verdwijnen. De muren werden afgebroken en hergebruikt, maar de grachten, hoogteverschillen en ondergrondse funderingen bleven bewaard. De plek verbindt de middeleeuwse machtsgeschiedenis van Kennemerland met het oudere bewoningslandschap van het Oer-IJ en maakt duidelijk hoeveel geschiedenis onder ogenschijnlijk gewone weilanden verborgen kan liggen.
Het grotere verhaal
Ten zuidoosten van Castricum ligt tussen weilanden en sloten een oude boerderij met de naam Cronenburg. Het gebouw staat eenzaam in het open land en niets aan de rustige omgeving doet onmiddellijk vermoeden dat hier een middeleeuws kasteel stond. Er zijn geen torens, poorten of verweerde muren meer. Toch is de plaats niet leeg. Onder het gras liggen funderingen en rondom tekenen oude waterlopen nog delen van het vroegere grachtenstelsel af.
De geschiedenis begint waarschijnlijk met het Huis te Castricum. In de tweede helft van de dertiende eeuw liet Simon van Haerlem hier een versterkt huis bouwen. De locatie was zorgvuldig gekozen. Het terrein ligt op een hogere zandrug in het voormalige binnendeltagebied van het Oer-IJ, tussen lage en natte gronden. Wegen en bevaarbare waterlopen verbonden deze plek met Castricum, Heemskerk, Uitgeest en het gebied richting Alkmaar. Een versterkt huis kon hier niet alleen als adellijke woning dienen, maar ook toezicht houden op land, verkeer en water.
Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd het Huis te Castricum aan het einde van de veertiende of het begin van de vijftiende eeuw waarschijnlijk zwaar beschadigd. Archeologisch onderzoek bracht metselwerk aan het licht dat rond 1400 tot 1450 is gedateerd en op herbouw wijst. In 1441 verschijnt de naam Cronenborch voor het eerst in een leenakte. Willem van Cronenburg werd toen beleend met de huizen en landerijen die bij het bezit hoorden. De oude naam Huis te Castricum maakte geleidelijk plaats voor Kronenburg, ontleend aan de familie die het goed in handen had.
Het herbouwde kasteel lag iets verder naar het zuidwesten dan het vermoedelijke oudere huis. Het had een vrijwel rechthoekige omtrek van ongeveer 32 bij 29 meter. Rondom lagen grachten en singels. Op de hoeken stonden waarschijnlijk twee ronde torens en één vierkante toren. Langs de noordoostelijke muur bevonden zich woonruimten. Een voorburcht met bijgebouwen, erven en toegangspartijen verbond het verdedigbare hoofdgebouw met het omliggende boerenland.
Hoe Kronenburg er precies uitzag toen het volledig in gebruik was, is niet met zekerheid bekend. Een achttiende-eeuwse tekening van Abraham Rademaker toont een aanzienlijk kasteel met hoge woonvleugels, torens, een ommuurd voorplein en een toegangspoort. De voorstelling is echter naar een oudere afbeelding gemaakt toen het gebouw zelf al grotendeels verdwenen was. Zij geeft daarom geen volledig betrouwbare opname, maar bewaart wel het beeld dat latere generaties van het kasteel hadden.
Ook het einde van Kronenburg laat zich niet tot één onbetwist jaartal terugbrengen. Vaak wordt aangenomen dat Spaanse troepen het kasteel in 1573 tijdens de Tachtigjarige Oorlog verwoestten. Andere gegevens wijzen erop dat het mogelijk al vóór het midden van de zestiende eeuw grotendeels buiten gebruik of verdwenen was. Vast staat dat het niet werd herbouwd. Verlaten muren vervielen, bruikbaar bouwmateriaal werd weggehaald en het terrein kreeg opnieuw een agrarische functie.
In de zeventiende eeuw lag Kronenburg al in puin. Beschrijvingen noemen gebroken en afgestorven muren op hoger gelegen grond. In 1727 resteerden een puinheuvel en laag muurwerk van een ingestorte toren. Eigenaar Lieve Geelvinck liet de overblijfselen een jaar later onderzoeken. Landmeter Johannes Rollerus groef delen van de fundering vrij en tekende de buitenmuren op. Zijn meting laat een compact, vrijwel vierkant kasteel zien met ronde en rechte muurdelen binnen een omgrachte kasteelplaats.
Tekeningen uit dezelfde periode tonen hoe weinig toen nog overeind stond. Abraham Rademaker legde in 1730 een eenzaam torenrestant vast naast lage bebouwing, bomen en een puinheuvel. Rond 1740 was van het muurwerk nog slechts een laag fragment zichtbaar. In de negentiende eeuw waren ook die laatste stenen verdwenen. De ruïne had haar bruikbare materiaal prijsgegeven en ging op in weiland, sloten en het erf van de boerderij.
De boerderij Cronenburg nam de naam van het kasteel over. Het huidige hoofdgebouw ontstond rond het einde van de zeventiende eeuw en bevat mogelijk hergebruikte stenen uit de ruïne. Oude gewelfde kelders en afwijkende bouwdelen hebben lang het vermoeden gevoed dat delen van een voorgebouw of bijgebouw in de boerderij zijn opgenomen. Niet ieder verband kan zonder opgraving worden bewezen, maar het gebouw vormt wel de laatste bovengrondse drager van de oude naam.
Onderzoek in de twintigste eeuw maakte duidelijk hoeveel er onder het maaiveld bewaard bleef. Elektrische en magnetische weerstandsmetingen toonden de contouren van funderingen en grachten zonder de bodem volledig open te leggen. Binnen de bekende gracht kwamen de gemeten lijnen overeen met de plattegrond die Rollerus in 1728 had getekend. Daarnaast werd dichter bij de Cronenburgervaart een tweede bouwvlak gevonden. Dat kan de plaats zijn van het oudere Huis te Castricum dat voorafging aan Kronenburg.
Het gebied werd vanwege zijn aardkundige en archeologische waarde beschermd. Niet alleen de middeleeuwse kasteelplaatsen liggen hier verborgen. De zandrug bevat ook bewoningssporen uit de late ijzertijd, de Romeinse tijd en latere perioden. De bodem vormt daardoor geen afzonderlijke kasteelruïne, maar een gelaagd archief van langdurige bewoning in het landschap van het Oer-IJ. Juist om die resten te bewaren wordt de grond zo weinig mogelijk verstoord.
De verdwenen burcht is het duidelijkst te herkennen door naar de vorm van het terrein te kijken. Volg de sloten rond het hogere grasland, let op de flauwe glooiingen en plaats de boerderij niet midden in een leeg weiland, maar aan de rand van een voormalig kasteelcomplex. Waar nu koeien grazen, lagen ooit grachten, muren, binnenplaatsen en torens. Kronenburg verdween bovengronds steen voor steen, maar zijn omtrek bleef als een nauwelijks zichtbaar reliëf in het land achter.
Verder lezen
- Kasteel KronenburgStichting Werkgroep Oud-Castricum
- Kasteelplaats CronenburgVisit Castricum
- CronenburgLandschap Noord-Holland
- Huis te Castricum / Kronenburg / CronenburgNederlandse Kastelenstichting