Het verhaal van deze plek
Een meer dat zich niet liet droogleggen
Het Naardermeer ligt op de overgang van de hogere zandgronden van het Gooi naar het lage veen- en polderland rond de Vecht. Vanaf de omliggende wegen oogt het soms als een brede, groene kom. Rietkragen ontnemen het zicht op het water, natte weilanden glanzen achter lage kades en boven het moeras stijgen vogels op. Het gebied lijkt afgezonderd, hoewel spoorlijnen, snelwegen en steden nooit ver weg zijn.
Anders dan veel plassen in West-Nederland ontstond het Naardermeer niet door turfwinning. Het is een natuurlijk meer waarvan de geschiedenis samenhangt met overstromingen, veenvorming en de vroegere verbinding met de Vecht en de Zuiderzee. Water kon diep het lage land binnendringen. Aan het einde van de veertiende eeuw werd die verbinding afgesloten, maar het meer bleef een natte kern die zich moeilijk liet beheersen.
Mensen probeerden het Naardermeer meerdere keren droog te leggen. Een meer gold als onbenutte ruimte; een polder kon landbouwgrond opleveren. Molens en later andere technieken moesten het water wegmalen. De bodem zakte echter in, water keerde terug en de onderneming bleek duur en kwetsbaar. Wat op kaarten als een logisch ontginningsproject kon lijken, werkte in het landschap niet vanzelf. Het Naardermeer hield stand.
Een moeras dat voortdurend verandert
Die mislukte droogleggingen hielpen het huidige mozaïek vormen. Open plassen gaan over in ondiep water, brede rietvelden, drassige hooilanden en moerasbos. In verlandingszones raken wateroppervlakken geleidelijk begroeid. Krabbenscheer en waterlelies drijven in beschutte delen, terwijl elzen en wilgen vaste grond zoeken in het natte bos. Sommige bosdelen worden nauwelijks betreden en ontwikkelen zich zonder regulier padennet.
De verschillende leefgebieden trekken een opvallende vogelwereld aan. De purperreiger is sterk met het Naardermeer verbonden. Vanuit het riet vliegt hij naar ondiep water en nat grasland om voedsel te zoeken. Aalscholvers rusten in bomen of op palen, lepelaars zoeken met hun platte snavel door ondiepe randen en de roerdomp blijft meestal verborgen. Zijn lage roep kan in het voorjaar ver over het riet dragen. Rietzanger en snor laten zich vaker horen dan zien.
Ook onder en langs het water leeft veel. Libellen jagen boven sloten en luw gelegen oevers. Vissen gebruiken plantenrijke watergangen en vleermuizen volgen in de avond de bosranden. De terugkeer van de otter laat zien hoe belangrijk schoon water en veilige verbindingen met andere moerasgebieden zijn. Een waarneming blijft zeldzaam, maar sporen langs de oevers kunnen zijn aanwezigheid verraden.
Van vuilstortplan tot natuurbescherming
Rond 1900 dreigde een ingreep die ingrijpender was dan de eerdere droogleggingen. Amsterdam zocht ruimte voor stedelijk afval en het Naardermeer werd als mogelijke stortplaats genoemd. Het meer en de moerassen zouden onder afval en ophoogmateriaal verdwijnen. Natuur had op dat moment nauwelijks zelfstandige wettelijke bescherming. Een gebied moest economisch bruikbaar zijn of kon plaatsmaken voor een nieuwe bestemming.
Jac. P. Thijsse en andere natuurliefhebbers kwamen tegen het plan in verzet. Hun actie maakte duidelijk dat niet alleen gebouwen, schilderijen en historische voorwerpen als monument konden worden beschouwd. Ook een meer, een rietveld en een broedkolonie vertegenwoordigden iets onvervangbaars. In 1905 werd de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten opgericht. Kort daarna kocht de vereniging het Naardermeer aan. Daarmee werd het gebied het eerste grote natuurbezit van de organisatie en een voorbeeld voor latere bescherming elders in Nederland.
De aankoop betekende niet dat het meer voortaan vanzelf veilig of stabiel bleef. Waterkwaliteit, verdroging, stikstof, verstoring en isolatie hebben voortdurend invloed op het moeras. Daarom is de omgeving van het kerngebied belangrijk. Natte graslanden en nieuwe moeraszones in de Schil Naardermeer vangen water op, bieden voedsel- en broedgebied en verbinden het meer beter met het omliggende landschap. Beheer bestaat uit ingrijpen waar dat nodig is en rust bewaren waar natuurlijke ontwikkeling ruimte moet krijgen.
Te voet en vanaf het water
Het Naardermeer laat zich vanaf de openbare paden slechts gedeeltelijk kennen. Het Laarzenpad en andere wandelroutes voeren langs natte weilanden, vlonders, sloten en observatiepunten. De lange route rond het gebied vraagt een aanzienlijk deel van de dag en kan na regen zeer drassig zijn. Voor een wandeling is geen entree of gids nodig. Honden zijn op verschillende natuurpaden niet toegestaan en bezoekers moeten op de aangegeven routes blijven.
Vanaf een fluisterboot verandert het perspectief. Met een vaargids vaar je door smallere sloten, langs rietlanden en over water dat vanaf de wegen verborgen blijft. De vaartochten zijn betaald, hebben een beperkt aantal plaatsen en moeten vooraf worden gereserveerd. Ze zijn niet nodig om het Naardermeer te bezoeken, maar ontsluiten wel delen van het landschap die vanaf de kant nauwelijks zichtbaar zijn.
Zo vertelt iedere bezoekvorm een ander deel van hetzelfde verhaal. De wandelaar ziet het meer als natte kern achter riet, grasland en kades. De fietser ervaart de omvang van de omliggende polders. Vanaf de boot wordt duidelijk hoe water, verlanding en moerasbos in elkaar grijpen. Samen tonen ze een landschap dat niet alleen door natuurlijke processen is gevormd, maar ook door mislukte ontginning, dreigende vernietiging en meer dan een eeuw gericht natuurbeheer.
Het Naardermeer bleef bestaan omdat mensen op een beslissend moment besloten dat een moeras geen lege ruimte was. Tussen het riet en het open water ligt daarom meer dan een soortenrijk natuurgebied. Hier kreeg de gedachte vorm dat een landschap waarde kan hebben zonder eerst in landbouwgrond, bouwgrond of stortplaats te worden veranderd.
Wanneer zie je wat?
De maanden hieronder geven aan wanneer de kans op een waarneming het grootst is. Natuur blijft onvoorspelbaar.
Purperreiger
Een klassieke soort van het Naardermeer, vooral te zoeken boven rietlanden, ondiep water en stille moerasranden.
Aalscholver
Hele jaarVaak zichtbaar op open water, in bomen of op palen; de soort hoort al lange tijd bij het vogelbeeld van het Naardermeer.
Rietzanger
In voorjaar en zomer vooral te horen in rietkragen en dicht begroeide oevers, vaak eerder als zang dan als zichtbare vogel.
Snor
Een verborgen rietvogel die zich vooral verraadt door zijn lange, snorrende zang vanuit dicht moerasriet.
Roerdomp
Zelden goed zichtbaar, maar in geschikt rietmoeras kan de diepe hoempende roep in het voorjaar ver over het landschap dragen.
Grote zilverreiger
Opvallend als witte verschijning langs ondiep water, nat grasland en rustige oevers, vooral buiten de broedtijd.
Lepelaar
Te zoeken in ondiep water en natte randen, herkenbaar aan de lepelvormige snavel en de rustige maaiende beweging waarmee voedsel wordt gezocht.
IJsvogel
Hele jaarLangs sloten, oevers en beschutte watergangen kan plots een blauwe flits laag over het water schieten.
Otter
Hele jaarDe otter laat zich zelden zien, maar schoon water, begroeide oevers en rustige verbindingen rond het Naardermeer bieden geschikt leefgebied.
Vleermuizen
Op zachte avonden kunnen vleermuizen jagen langs water, bosranden en luwe plekken waar insecten samenkomen.
Krabbenscheer
Een karakteristieke waterplant van heldere, plantenrijke laagveenwateren die in de zomer als stevige bladrozetten aan het oppervlak verschijnt.
Waterlelie
In de zomer geven waterlelies stille waterpartijen hun herkenbare beeld van drijvende bladeren en witte bloemen.
Libellen
Vooral zichtbaar boven sloten, oevers, open water en zonnige rietranden waar warmte en beschutting samenkomen.