Bijzondere natuur
Eilandspolder
Tussen De Rijp, Schermerhorn, Grootschermer en Noordeinde ligt de Eilandspolder: een eeuwenoud laagveenlandschap van smalle graslanden, sloten, rietkragen en kleine meren. Het oude veeneiland ligt hoger dan de diepe droogmakerijen van de Schermer en de Beemster. In het voorjaar roepen grutto’s en kieviten boven de weilanden; in de winter rusten duizenden smienten op het water en het natte gras. Tussen de percelen liggen zeldzame veenmosrietlanden en trilvenen waar open water langzaam verandert in nieuw veen.

Waarom hierheen?
De Eilandspolder bewaart een veenlandschap dat elders door drooglegging, bebouwing en schaalvergroting grotendeels is verdwenen. Vanaf dijken en dorpswegen zijn de smalle percelen, sloten en rietlanden goed te zien, maar vanaf een kano of kleine boot wordt pas duidelijk hoe fijnmazig het gebied werkelijk is. Weidevogels, winterse watervogels en kwetsbare verlandingsnatuur liggen er binnen één oud cultuurlandschap dicht bij elkaar. Een zelfstandig bezoek is mogelijk; varen geeft de meest complete ervaring.
Wat zie je?
Een open veenweidelandschap met lange, smalle graslanden, een dicht netwerk van sloten, rietkragen, plassen en oude veenputten. In het voorjaar vliegen grutto’s en kieviten roepend boven de percelen. In de winter vullen smienten, wintertalingen, meerkoeten en ganzen het water en de natte weilanden. Tussen de graslanden liggen trilvenen en veenmosrietlanden. Boerderijen, molens en kerktorens aan de horizon maken zichtbaar hoe natuur, bewoning en waterbeheer hier in elkaar grijpen.
Wanneer zie je wat?
Kies een maand en zie welke soorten, planten of paddenstoelen dan kansrijk zijn.
Grutto
Vanaf maart keren grutto’s terug naar de vochtige graslanden. In april en mei zijn hun roep, baltsvluchten en alarmerende ouders boven de percelen het opvallendst.
Kievit
In het voorjaar voeren kieviten boven de open graslanden hun buitelende baltsvluchten uit. Later in het jaar kunnen grotere groepen op kort gras samenkomen.
Smient
In de winter rusten grote groepen smienten op plassen en brede sloten. Tegen de avond trekken ze fluitend naar de natte graslanden om te grazen.
Wintertaling
Wintertalingen zoeken beschutte, ondiepe plassen en rustige slootkanten op. Bij verstoring vliegen de kleine eenden vaak als een compacte groep op.
Lepelaar
Lepelaars zoeken in ondiepe sloten en plassen met zijwaaiende snavelbewegingen naar kleine vissen, insecten en andere waterdieren.
Rietzanger
Langs rietkragen en vochtige ruigtes is de drukke zang van de rietzanger in voorjaar en vroege zomer vaak eerder te horen dan de vogel te zien is.
Roerdomp
De roerdomp blijft meestal verborgen in brede rietkragen. In het voorjaar kan de lage, ver dragende baltsroep uit het riet klinken.
Noordse woelmuis
De noordse woelmuis leeft verborgen in natte rietlanden, ruige oevers en vochtige graslanden. Een directe waarneming is zeldzaam, maar het waterrijke eilandenlandschap vormt een belangrijk leefgebied.
Veenmosrietland
In oude verlandingszones groeien riet en veenmos samen op drijvende plantenmatten. Vooral in voorjaar en zomer zijn de verschillen tussen riet, zeggen, varens en lage moerasplanten goed zichtbaar.
Moerasvarens en orchideeën
In voedselarme trilvenen en veenmosrietlanden kunnen tussen de zeggen en mossen varens en orchideeën groeien. Ze zijn kwetsbaar en meestal alleen vanaf paden of tijdens excursies te bekijken.
Waarom doet deze plek ertoe?
De Eilandspolder is belangrijk omdat een vrijwel compleet Noord-Hollands laagveenlandschap bewaard is gebleven. Vochtige graslanden bieden broed- en voedselgebied aan weidevogels, terwijl sloten en plassen leefruimte geven aan vissen, amfibieën en watervogels. Veenmosrietlanden en trilvenen tonen hoe open water via drijvende plantenmatten langzaam in veen verandert. Ook de Noordse woelmuis profiteert van het natte, door water geïsoleerde landschap. Waterpeil, maaibeheer en waterkwaliteit bepalen of dit systeem blijft functioneren.
Het grotere verhaal
De Eilandspolder ligt tussen de diepe droogmakerijen van de Schermer en de Beemster. Vanaf de lage dijken lijkt het gebied vrijwel vlak, maar het oude veeneiland ligt hoger dan de polders eromheen. Smalle graslanden, sloten, rietkragen en kleine plassen lopen tot aan de horizon. De naam herinnert aan de tijd waarin het Schermereiland tussen grote meren en open water lag.
De basis van het landschap is veen. Eeuwenlang groeiden planten in drassige omstandigheden en vormden afgestorven resten steeds dikkere veenlagen. Vanaf de middeleeuwen groeven bewoners sloten om het water af te voeren. Zo ontstonden lange, smalle percelen waarop vee kon grazen en hooi werd gewonnen. Het patroon van die ontginning is nog altijd duidelijk zichtbaar.
Ontwatering maakte landbouw mogelijk, maar zorgde ook voor bodemdaling. Zodra veen uitdroogt, klinkt het in en verteert het door contact met lucht. Het land kwam daardoor steeds lager te liggen en moest voortdurend worden bemalen. Molens, sluizen en later gemalen hielden het peil beheersbaar. De Eilandspolder werd geen droog land, maar een kunstmatig onderhouden evenwicht tussen te nat en te droog.
Dat natte karakter is belangrijk voor weidevogels. In het voorjaar keren grutto’s, kieviten en scholeksters terug naar de open graslanden. Zij hebben vochtige, kruidenrijke percelen nodig waarin wormen en insecten bereikbaar blijven. Rust, laat maaien en voldoende hoog water zijn vooral voor kuikens van groot belang.
Na de zomer verandert het vogelbeeld. Goudplevieren en andere trekvogels gebruiken de graslanden als rustplaats. In de winter kunnen duizenden smienten op plassen, brede sloten en natte weilanden bijeenkomen. Wintertalingen, meerkoeten en ganzen voegen zich daarbij. Het open landschap is dan niet stil, maar gevuld met roepende en opvliegende groepen.
Tussen de graslanden liggen plassen, brede watergangen en oude veenputten. Langs beschutte oevers begint open water langzaam dicht te groeien. Eerst ontstaan drijvende wortelmatten en waterplanten, daarna volgen riet, zeggen, varens en veenmossen. Zo vormt zich verlandingsvegetatie: nieuw land dat nog zacht, drijvend en beweeglijk kan zijn.
Veenmosrietland is een van de kwetsbaarste stadia van die ontwikkeling. Veenmos houdt regenwater vast en maakt de bodem zuur en voedselarm. Daardoor kunnen varens, orchideeën, zeggen en bijzondere mossen groeien die in gewone graslanden weinig kans hebben. Zonder beheer verandert het open rietland echter langzaam in struweel en bos.
Daarom worden riet en ruigte gemaaid en afgevoerd en worden jonge bomen en struiken verwijderd. Plaatselijk wordt voedselrijke grond weggehaald. Dat is nodig omdat stikstof en voedselrijk water snelgroeiende planten bevoordelen. Wanneer braam, struiken en hoog riet gaan overheersen, verdwijnen de lage en langzaam groeiende soorten van trilveen en veenmosrietland.
De sloten vormen zelf een groot leefgebied. In rustige, plantenrijke watergangen leven bittervoorn en kleine modderkruiper. Bittervoorns zijn afhankelijk van grote zoetwatermosselen, waarin de eitjes worden gelegd. Helder water, voldoende waterplanten en zorgvuldig slootonderhoud zijn daarom net zo belangrijk als het beheer van de graslanden.
Ook de Noordse woelmuis profiteert van het natte eilandenlandschap. De soort leeft verborgen in rietlanden, ruige oevers en vochtige graslanden. Water houdt concurrerende muizensoorten vaak beter tegen. Wanneer rietstroken verdrogen of eilandjes met droog land verbonden raken, verliest de Noordse woelmuis dat voordeel.
Landbouw en natuurbeheer zijn in de Eilandspolder nauw met elkaar verbonden. Maaien en begrazing houden het landschap open, maar weidevogels vragen tegelijk om rust en uitgesteld maaien. Sommige zachte percelen zijn alleen per boot bereikbaar en zware machines kunnen er nauwelijks worden gebruikt. Traditioneel gebruik sluit daardoor op bepaalde plaatsen nog goed aan bij de natuurwaarden.
Vanaf de wegen en dijken rond Noordeinde, Grootschermer, Schermerhorn en De Rijp is het oude verkavelingspatroon goed te zien. Vanaf het water wordt de structuur pas volledig duidelijk. Een kano of kleine boot beweegt tussen rietkragen, lage bruggen en langgerekte percelen. Boerderijen en kerktorens blijven boven het vlakke land zichtbaar.
De toekomst van het gebied draait om water. Een hoger peil remt veenafbraak en bodemdaling, maar kan landbouw moeilijker maken. Een lager peil maakt de grond beter bewerkbaar, maar versnelt uitdroging en oxidatie. Ook voedselrijk water en stikstof zetten de kwetsbare vegetaties onder druk. Beheer betekent daarom voortdurend zoeken naar een werkbaar evenwicht.
De Eilandspolder is geen ongerept natuurgebied en ook geen gewone landbouwpolder. Sloten zijn gegraven, percelen gevormd en waterstanden kunstmatig geregeld. Juist uit die lange omgang met water ontstond een landschap waarin weidevogels, watervogels, vissen, veenmossen en kleine zoogdieren naast elkaar kunnen bestaan.
Iedere sloot, rietrand en smalle grasstrook maakt deel uit van hetzelfde systeem. Boven het land roept de grutto, in het riet zingt de rietzanger en onder water beweegt de modderkruiper. Het oude veeneiland leeft doordat land en water nergens volledig van elkaar zijn gescheiden.
Verder lezen
- EilandspolderLandschap Noord-Holland
- Natura 2000-beheerplan Eilandspolder 2023–2029Provincie Noord-Holland
- EilandspolderNatura 2000
- Over SchermereilandStaatsbosbeheer