Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Bijzondere natuur

De Muy

Tussen De Koog en De Slufter ligt De Muy: een jong duingebied met steile hellingen, een langgerekte natte vallei, graslanden, de Muyplas en het donkere dennenbosje Oorlogsschip. Anders dan in De Slufter werd de invloed van zout zeewater hier door een dijkje afgesneden. Regen- en grondwater vormden vervolgens een zoet duinlandschap met orchideeën, parnassia, teer guichelheil en een van Texels oudste lepelaarskolonies.

Bijzondere natuurNatuur & landschapVochtige duinvalleienNatuurgebied
Uitgestrekt duinlandschap van De Muy op Texel met lage vallei, grasland en hoge duinruggen
De Muy op Texel. Hoge duinen omsluiten een lage vallei met graslanden, vochtige duinnatuur en de Muyplas.Foto: Txllxt TxllxT, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

De Muy laat op korte afstand zien hoe verschillend jonge duinnatuur kan worden. Hoge duinen omsluiten een lage vallei met vochtige graslanden, een duinplas, riet, struweel en een opvallend dennenbosje. Waar De Slufter door zout water en getij wordt gevormd, bepalen hier regenwater en grondwater het landschap. Daardoor groeien er orchideeën en andere planten van natte duinvalleien en vinden lepelaars, blauwborsten, nachtegalen en moerasvogels er rust en voedsel. De wandelroutes zijn zelfstandig te volgen; enkele delen zijn seizoensgebonden gesloten.

Wat zie je?

Steile duinen, open zandige hellingen, vochtige duinvalleien, graslanden, riet, lage struwelen, de Muyplas en het dennenbosje Oorlogsschip. Vanaf hogere duinen en de Bertusnol is de opbouw goed zichtbaar. In het voorjaar vallen blauwborst, nachtegaal en bloeiende harlekijnen op. Later volgen parnassia en andere planten van natte valleien. Lepelaars vliegen geregeld boven het gebied; de kolonie zelf ligt in een rustig, beschermd deel. Gallowayrunderen houden delen van het landschap open.

Wanneer zie je wat?

Kies een maand en zie welke soorten, planten of paddenstoelen dan kansrijk zijn.

Harlekijn

Plant

Deze vroegbloeiende orchidee kan vochtige graslanden roze en paars kleuren. De bloei is afhankelijk van voldoende grondwater, lage vegetatie en zorgvuldig beheer.

Parnassia

Plant

De witte, groen geaderde bloemen verschijnen in de zomer op vochtige, voedselarme plaatsen in de duinvalleien.

Teer guichelheil

Plant

De zeer kleine roze bloemen groeien laag op natte, open en voedselarme bodem. De plant valt gemakkelijk weg tussen gras en mos.

Lepelaar

Vogel

Lepelaars broeden in een rustig, beschermd deel van De Muy. Ze zijn vooral zichtbaar wanneer zij boven het gebied vliegen of in nabijgelegen ondiepe wateren voedsel zoeken.

Blauwborst

Vogel

Vanaf april zingen mannetjes vanuit riet, lage struiken en natte ruigte. Soms tonen zij kort hun blauwe borst vanaf een hoge stengel.

Nachtegaal

Vogel

De krachtige zang klinkt vanuit dicht duindoorn- en meidoornstruweel. De vogel zelf blijft doorgaans volledig verborgen.

Aalscholver

Vogel

Aalscholvers gebruiken de plas, nestbomen en omliggende wateren. Vogels vliegen regelmatig tussen De Muy en voedselgebieden rond Texel.

Gallowayrund

Zoogdier

De zwarte runderen grazen het hele jaar in delen van het gebied en helpen graslanden en valleien open te houden. Houd altijd ruim afstand en loop nooit tussen koe en kalf door.

Blauwe kiekendief

Vogel

In herfst en winter kan een blauwe kiekendief laag boven graslanden en natte valleien jagen. De vogel verschijnt onregelmatig en blijft een bijzondere waarneming.

Velduil

Vogel

Bij voldoende muizen kunnen velduilen boven de open vallei jagen. De soort verschijnt niet ieder jaar en een waarneming blijft afhankelijk van toeval.

Waarom doet deze plek ertoe?

De Muy is bijzonder omdat een voormalige strandvlakte veranderde in een zoet duinlandschap met scherpe overgangen tussen open zand, natte vallei, grasland, struweel, bos en water. De Muyplas en de vochtige duinvalleien zijn belangrijk voor broedvogels en zeldzame planten. Herstelmaatregelen zoals het dempen van een oude afwateringssloot, het herstellen van een duinrel, plaggen, maaien en begrazing gaan verdroging en dichtgroeien tegen. Zonder dat beheer zouden orchideeënrijke valleien, open graslanden en rustige broedplaatsen snel terrein verliezen.

Het grotere verhaal

De Muy ligt tussen De Koog en De Slufter in het westelijke duingebied van Texel. Hoge duinruggen omsluiten een langgerekte lage vallei met graslanden, riet, struweel, de Muyplas en het kleine dennenbosje Oorlogsschip. Wat nu als één vanzelfsprekend landschap oogt, ontstond door kustvorming, bedijking en later natuurherstel.

Oorspronkelijk maakte de vallei deel uit van een strandvlakte waar zeewater via lage doorgangen invloed had. Anders dan bij De Slufter werd die verbinding uiteindelijk afgesloten. Een klein dijkje hield het zoute water buiten en veranderde de ontwikkeling van het gebied ingrijpend. Regenwater en grondwater kregen voortaan de overhand.

Aan de zeezijde werden later nieuwe stuifdijken aangelegd. Daardoor stroomde regenwater minder gemakkelijk af en steeg de grondwaterstand. In het laagste deel ontstond de Muyplas. Rond het water vormden zich riet, nat grasland, moerasvegetatie en vochtige duinvalleien.

De tegenstelling met De Slufter is daarom groot. Daar bepalen zout, getij en overstroming het landschap. In De Muy zijn het vooral regenwater, grondwater en seizoensschommelingen. Op korte afstand liggen zo twee totaal verschillende vormen van kustnatuur naast elkaar.

De duinen rond de vallei zijn plaatselijk opvallend steil. Wind blies het zand op tot hoge ruggen en scherpe hellingen. Op open delen groeien helm en planten van droge duingraslanden. Lager verschijnen grasland, struiken en vochtige vegetatie. Vanaf de hogere duinen is goed te zien hoe smal de natte vallei tussen de zandige ruggen ligt.

De Bertusnol is het bekendste uitzichtpunt. Een lange trap voert naar een van de hogere duinen van Texel. Vanaf de top liggen De Muy, De Nederlanden en verder noordelijk De Slufter open in het landschap. De Muyplas is tussen riet en gras herkenbaar en bij helder weer zijn ook de Noordzee en de kustduinen zichtbaar.

Midden in de vallei staat het dennenbosje Oorlogsschip. De donkere bomen steken scherp af tegen het open grasland en vormen een herkenbaar oriëntatiepunt. Het is geen oud natuurlijk duinbos, maar biedt wel beschutting aan vogels, insecten en vleermuizen.

De vochtige duinvalleien behoren tot de kwetsbaarste delen. Ze worden gevoed door schoon grondwater en zijn van nature voedselarm. Daardoor kunnen lage planten groeien die in bemeste of verdroogde graslanden snel verdwijnen. Harlekijn bloeit vroeg in het voorjaar en kan delen van het grasland roze en paars kleuren.

Later volgen andere orchideeën, parnassia en teer guichelheil. Parnassia groeit op vochtige open plekken en valt op door witte bloemen met groene nerven. Teer guichelheil is veel kleiner en blijft laag tussen gras en mos. Juist zulke soorten laten zien hoe voedselarm en nat de bodem nog is.

Zonder beheer zouden de valleien dichtgroeien met hoge grassen, riet en struiken. Daarom worden delen gemaaid, begraasd en geplagd. Gallowayrunderen houden vegetatie kort en maken met hun hoeven kleine open plekken waar pionierplanten kunnen kiemen.

De Muy is ook bekend door zijn lepelaars. De kolonie behoort tot de oudste vestigingsplaatsen op Texel en in het waddengebied. De vogels broeden in een rustig beschermd deel en vliegen naar ondiepe wateren om kleine vissen en garnalen te zoeken. Boven het gebied zijn zij geregeld te zien met gestrekte hals en trage vleugelslagen.

Ook aalscholvers en blauwe reigers gebruiken de plas en omliggende bomen. Nestplaatsen kunnen in de loop van de tijd verschuiven. Uitwerpselen verrijken de bodem rond de kolonies sterk, waardoor vegetatie verandert en bomen soms afsterven. Dat hoort bij de dynamiek van een grote vogelkolonie.

In riet, struweel en natte ruigte leven blauwborst, rietzanger en bosrietzanger. Blauwborsten zingen in het voorjaar vanaf lage struiken en rietstengels. Nachtegalen blijven meestal verborgen in dicht duindoorn- en meidoornstruweel, maar hun zang klinkt in april, mei en juni ver over de vallei.

Open duin en grasland trekken ook roofvogels en uilen. Blauwe kiekendieven kunnen vooral in herfst en winter laag boven de vegetatie jagen. Velduilen verschijnen onregelmatig wanneer er veel muizen zijn. Geen van beide soorten is bij ieder bezoek te verwachten.

Een oude afwateringssloot voerde vroeger veel regenwater uit de vallei af en droeg bij aan verdroging. Die sloot is gedempt. In het laagste deel werd een duinrel hersteld, zodat water trager en natuurlijker door het gebied stroomt en meer regenwater de grondwatervoorraad kan aanvullen.

Het beheer zoekt voortdurend naar evenwicht. Meer water helpt natte duinvalleien, maar zeer hoge standen kunnen paden en vegetaties beïnvloeden. Zonder maaien en begrazing groeit het gebied dicht, terwijl te intensief beheer kwetsbare planten en broedplaatsen kan beschadigen.

De wandelroutes lopen vooral langs de randen en door minder kwetsbare delen. Sommige paden zijn het hele jaar open, andere alleen buiten het broedseizoen. Tijdelijke afsluitingen beschermen kolonies, grondbroeders en andere dieren tijdens hun gevoeligste periode.

Aan de zuidkant gaat De Muy over in De Nederlanden. Graslanden, duinen en een karakteristieke schapenboet herinneren eraan dat natuur en agrarisch gebruik hier lang naast elkaar bestonden. Delen van het gebied werden gebruikt als weide- en hooiland.

Ieder seizoen verandert het beeld. In het voorjaar vallen vogelzang, frisgroene valleien en harlekijnen op. In mei en juni vliegen lepelaars regelmatig over het gebied en wordt het struweel voller. In juli en augustus bloeien parnassia en andere planten van natte valleien. In herfst en winter worden het donkere Oorlogsschip en de kale vorm van de duinen opvallender.

De kracht van De Muy ligt in de nabijheid van tegenstellingen. Hoge droge duinen liggen direct naast plas en moeras. Een donker dennenbosje staat midden in open grasland. En vlak naast het zoute, getijdengevoelige De Slufter ligt een zoet duinsysteem dat volledig door regen- en grondwater wordt bepaald.

De Muy is daarom geen kleinere versie van De Slufter. Het laat zien wat er gebeurt wanneer een strandvlakte van de zee wordt afgesneden en zoet water wordt vastgehouden. Orchideeën, lepelaars, natte valleien en de Muyplas zijn allemaal gevolgen van die omslag van zout naar zoet.

Verder lezen