Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Nederland en het water

De Afsluitdijk

De Afsluitdijk is een monumentale waterkering tussen Noord-Holland en Friesland. De dijk sloot de Zuiderzee af van de Waddenzee en veranderde het zoute water geleidelijk in het IJsselmeer. Over een lengte van ruim dertig kilometer worden waterveiligheid, landaanwinning en de ingrijpende gevolgen voor vissersplaatsen en natuur in één landschap zichtbaar.

Nederland en het waterWaterwerkenZeeweringHistorisch dijklandschap
De Stevinsluizen en het begin van de Afsluitdijk bij Den Oever
De Stevinsluizen bij Den Oever vormen het westelijke begin van de Afsluitdijk.Foto: Paul van Galen / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

De Afsluitdijk laat op uitzonderlijke schaal zien hoe Nederland een complete waterwereld heeft veranderd. Aan de ene kant ligt de getijdenwerking van de Waddenzee, aan de andere kant het gereguleerde IJsselmeer. Bij Den Oever, Kornwerderzand en het Vlietermonument zijn ook sluizen, kazematten en andere onderdelen van dit waterwerk te zien. Een museumbezoek of gids is niet nodig om de kern van de plek te begrijpen.

Wat zie je?

Je ziet een kaarsrechte dijk met water aan beide kanten. Bij Den Oever liggen de Stevinsluizen en militaire verdedigingswerken. Verderop markeert het Vlietermonument de omgeving waar in 1932 het laatste gat werd gesloten. Bij Kornwerderzand liggen opnieuw sluizen en kazematten. De afzonderlijke bouwwerken zijn indrukwekkend, maar vooral de lengte van de dijk maakt duidelijk hoe groot de ingreep was.

Waarom doet deze plek ertoe?

De Afsluitdijk veranderde de geografie van Nederland. De afsluiting verminderde de directe invloed van de zee op het voormalige Zuiderzeegebied en maakte verdere inpolderingen eenvoudiger. Tegelijk verdwenen het zoute water en een groot deel van de bijbehorende visserij en ecologie. De dijk staat daardoor niet alleen voor technische beheersing en veiligheid, maar ook voor het verlies van een bestaande watercultuur.

Het grotere verhaal

De Afsluitdijk loopt van Den Oever in Noord-Holland naar de Friese kust bij Zurich. Over ruim dertig kilometer vormt de dijk een scherpe grens tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. Aan de noordzijde blijven getij, stroming en zout water merkbaar. Aan de zuidzijde ligt een binnenmeer waarvan het peil en de afvoer veel sterker worden gereguleerd. De weg over de dijk maakt deze waterscheiding zichtbaar als één lange, bijna rechte lijn door open water.

De Zuiderzee was eeuwenlang tegelijk levensader en bedreiging. Vissersplaatsen leefden van haring, ansjovis, paling en andere vissoorten. Handelssteden gebruikten het water als verbinding met de Noordzee en verder gelegen markten. Tegelijk konden noordwesterstormen het water hoog opstuwen en dijken laten bezwijken. Overstromingen, kustafslag en verlies van landbouwgrond keerden steeds terug.

De Zuiderzee was bovendien ondiep en moeilijk bevaarbaar. Zandbanken, geulen en wisselende waterstanden maakten de route naar Amsterdam lastig voor steeds grotere zeeschepen. Plannen om delen van de zee af te sluiten of droog te leggen bestonden daarom al vóór de negentiende eeuw. Lange tijd bleven zij echter te kostbaar, technisch onzeker of politiek onhaalbaar.

Ingenieur Cornelis Lely werkte aan het einde van de negentiende eeuw een samenhangend plan uit. Daarin vormde een afsluitdijk de noodzakelijke eerste stap. Achter die dijk zou een beter beheersbaar zoetwatermeer ontstaan en konden grote polders worden aangelegd. Het plan verbond waterveiligheid, landbouw, scheepvaart en zoetwatervoorziening in één ingreep.

Na de stormvloed van januari 1916 groeide de politieke steun voor uitvoering. Water drong op verschillende plaatsen Noord-Holland binnen en maakte opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar het gebied rond de Zuiderzee was. In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen. Daarmee kreeg de staat de opdracht de Zuiderzee af te sluiten en delen ervan droog te leggen.

De bouw van de Afsluitdijk begon in 1927. Er werd gewerkt vanaf Den Oever, vanaf de Friese kust en vanaf werkeilanden zoals Breezand en Kornwerderzand. Zand vormde de kern van het dijklichaam. Keileem werd gebruikt als zware, slecht doorlatende en erosiebestendige laag. Basalt, stortsteen en andere materialen beschermden de buitenzijde tegen stroming en golfslag.

Het werk vorderde niet alleen als één dijk vanaf beide uiteinden. Op verschillende plaatsen werden afzonderlijke dijkvakken aangelegd, waarna tussenliggende openingen steeds kleiner werden gemaakt. Door die sluitgaten stroomde het water steeds sneller naarmate minder ruimte overbleef. De laatste fase vroeg daarom nauwkeurige planning, grote hoeveelheden materiaal en voortdurende aanpassing aan stroming, wind en getij.

Op 28 mei 1932 werd bij de Vlieter de laatste opening gesloten. De vrije verbinding tussen de Zuiderzee en de Waddenzee was daarmee verbroken. Een jaar later werd de weg over de dijk voor verkeer geopend. Het zoute water ten zuiden van de dijk werd door rivieraanvoer, neerslag en afvoer via de spuisluizen geleidelijk zoeter. De Zuiderzee veranderde in het IJsselmeer.

Bij Den Oever en Kornwerderzand kwamen grote spuisluiscomplexen te liggen. Zij voeren overtollig water uit het IJsselmeer af wanneer het waterpeil in de Waddenzee laag genoeg staat. Schutsluizen laten schepen tussen beide watergebieden passeren. De Afsluitdijk is daardoor niet alleen een gesloten barrière, maar een regelbaar systeem waarin water, scheepvaart en veiligheid voortdurend op elkaar worden afgestemd.

De afsluiting maakte het waterpeil beter beheersbaar en vereenvoudigde de aanleg van nieuwe polders. De Wieringermeer was kort vóór de sluiting al drooggevallen. Later volgden de Noordoostpolder en Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Samen veranderden deze werken de vorm van Nederland, de kustlijn en de verdeling tussen land en water ingrijpend.

De gevolgen waren niet alleen positief. Vissersplaatsen rond de voormalige Zuiderzee verloren hun directe verbinding met zout water. De traditionele Zuiderzeevisserij kromp sterk of verdween. Ook het ecosysteem veranderde. Zout- en brakwatersoorten maakten plaats voor zoetwatersoorten, terwijl trekvissen voortaan sluizen en andere barrières moesten passeren. De dijk bracht veiligheid en nieuw land, maar betekende ook het einde van een bestaande waterwereld.

De Afsluitdijk kreeg bovendien een militaire betekenis. Bij Den Oever en Kornwerderzand werden kazematten gebouwd om de sluizen en verkeersverbinding te verdedigen. In mei 1940 hielden Nederlandse militairen bij Kornwerderzand Duitse aanvallen tegen. Het Vlietermonument, ontworpen door Willem Dudok, markeert de omgeving waar in 1932 het laatste gat werd gesloten. Let daar op het contrast tussen de verticale toren en de lange horizontale dijk. De Afsluitdijk is geen voltooid werk uit het verleden: sluizen, bekleding en dijklichaam worden nog altijd aangepast aan hogere waterstanden, grotere afvoer en nieuwe ecologische eisen. Hij legde niet alleen een weg door het water, maar trok een grens die voortdurend moet worden bewaakt en opnieuw ontworpen.

Verder lezen