Verdwenen plekken
Huis te Bretten
Tussen de Haarlemmertrekvaart en de oude Spaarndammerdijk stond vanaf de zeventiende eeuw Huis te Bretten. Het huis werd vooral bekend als herberg, tapperij en eetgelegenheid voor reizigers langs de trekvaart en de weg naar Haarlem. In 1837 werd het afgebroken voor de aanleg van de eerste spoorlijn van Nederland. Door het afgraven van het terrein ontstond een klein poldertje dat de naam Huis te Britten behield. Ook dat verdween later onder het ophoogzand van het Westelijk Havengebied. Alleen de naam De Bretten en een stalen deur bij de Seineweg herinneren nog aan het huis.
Waarom hierheen?
Huis te Bretten laat zien hoe een gebouw volledig kan verdwijnen en toch een groot gebied zijn naam kan blijven geven. Op deze plek kwamen trekvaart, dijk, wegverkeer en later spoorwegen bij elkaar. Het huis verdween voor een nieuwe vervoerstechniek. Daarna werden ook het door de afgraving ontstane poldertje en vrijwel alle oude landschapslijnen uitgewist. De stalen deur bij de Seineweg maakt die opeenvolging tastbaar: achter een symbolische ingang ligt geen huis meer, maar een landschap van sportvelden, spoorlijnen, wegen en ruig groen.
Wat zie je?
Bij de Seineweg en Spaarnwouderweg staat het cortenstalen kunstwerk Deur naar het verleden. In de deur is een voorstelling van Huis te Bretten opgenomen. In de omgeving liggen sportpark Spieringhorn, spoorlijnen, wegen en de oostelijke rand van de Lange Bretten. Nabij het sportpark bevindt zich ook een restant van de oude Spaarndammerdijk. Van het huis, de herberg en het later ontstane poldertje zijn geen zichtbare bouwresten meer aanwezig.
Waarom doet deze plek ertoe?
Huis te Bretten verbindt drie opeenvolgende vervoerslandschappen. Eerst liep hier de oude route over de Spaarndammerdijk. Daarna bracht de Haarlemmertrekvaart een geregelde verbinding tussen Amsterdam en Haarlem. Uiteindelijk maakte de herberg plaats voor de spoorlijn die het vervoer opnieuw veranderde. De verdwenen plek laat zien dat nieuwe verbindingen niet alleen beweging mogelijk maken, maar ook oudere gebouwen, routes en landschappen kunnen uitwissen.
Het grotere verhaal
Ten westen van het oude Sloterdijk liep eeuwenlang de Spaarndammerdijk door een laag en waterrijk landschap. Aan de zuidzijde lagen veenpolders en aan de noordzijde begon het open IJ. Na de aanleg van de Haarlemmertrekvaart in 1631 en 1632 bleef tussen de nieuwe vaart en de kronkelende dijk een smalle strook grond over. Op een van deze overhoeken werd in of rond 1635 een huis gebouwd dat later bekendstond als Huis te Britten of Huis te Bretten.
De naam verwees waarschijnlijk naar de Brittenburg bij Katwijk. Resten van deze vermeende Romeinse versterking verschenen in de zestiende en zeventiende eeuw soms bij laag water voor de kust. De ruïne sprak sterk tot de verbeelding en werd verbonden met ideeën over de Bataven en het Romeinse verleden van Holland. Mogelijk veranderde de naam Huis te Britten later in Huis te Bretten nadat iemand met de naam Van Bretten het goed in bezit kreeg. De precieze ontwikkeling van de naam is niet volledig zeker.
Het gebouw wordt soms als landhuis of buitenplaats omschreven, maar het was geen groot adellijk domein. De ligging bepaalde zijn belangrijkste functie. Langs de trekvaart voeren trekschuiten tussen Amsterdam en Haarlem, terwijl reizigers en goederen zich ook over de weg en de dijk verplaatsten. Huis te Bretten werd een herberg, tapperij en eetgelegenheid waar men kon rusten, drinken en eten.
De plek lag buiten de drukke stad, maar niet buiten het verkeer. Paarden trokken de schuiten langs het jaagpad. Koetsen, karren en voetgangers gebruikten de landroutes. De herberg stond precies waar verschillende lijnen door het landschap elkaar raakten. Vanuit het huis was uitzicht over vaart, polder en dijk, terwijl het verkeer tussen Amsterdam, Sloterdijk, Halfweg en Haarlem voorbijtrok.
Het bezit lijkt geen bijzonder winstgevend landgoed te zijn geweest. Het wisselde geregeld van eigenaar en bleef vooral bestaan dankzij zijn praktische functie langs de route. Huis te Bretten was geen uitgestrekte buitenplaats met een groot park, maar een herkenbare halte op een smalle strook tussen trekvaart en dijk. Het kleine poldertje dat later dezelfde naam droeg, bestond op dat moment nog niet. Dat ontstond pas nadat het perceel voor de aanleg van de spoorlijn was afgegraven.
Aan het begin van de negentiende eeuw veranderde het vervoer opnieuw. Plannen voor een spoorweg tussen Amsterdam en Haarlem namen vaste vorm aan. De nieuwe lijn volgde grotendeels dezelfde oost-westrichting als de trekvaart, omdat hier al een bruikbare verbinding door het lage landschap liep. Voor het spoor waren echter rechte banen, vrije ruimte en nieuwe grondwerken nodig.
Huis te Bretten stond in de weg. In 1837 werd het huis afgebroken en het terrein gedeeltelijk afgegraven. Twee jaar later, in 1839, opende de spoorlijn Amsterdam–Haarlem. De eerste spoorwegverbinding van Nederland nam de vervoersfunctie over die de trekvaart en de herberg lange tijd hadden ondersteund. Een plaats waar reizigers vroeger aanlegden of stopten om te eten en drinken, verdween voor een vervoersmiddel dat er steeds sneller aan voorbijreed.
Door de sloop en het afgraven van het perceel ontstond een laaggelegen terrein van ruim drie hectare dat op kaarten de naam Huis te Britten behield. Het gebouw was verdwenen, maar het nieuwe poldertje, de sloten en de naam markeerden nog meer dan een eeuw waar het had gestaan. De spoorlijn liep erlangs en de omgeving bleef voorlopig grotendeels agrarisch.
In de twintigste eeuw verdween ook dat patroon. Voor de aanleg van het Westelijk Havengebied werden vanaf de jaren zestig grote delen van de oude polders met zand opgehoogd. Boerderijen werden gesloopt, sloten gedempt en stukken van de middeleeuwse Spaarndammerdijk afgegraven. Wegen, spoorlijnen, sportterreinen en havengerelateerde infrastructuur namen de plaats in van weilanden en lage veengrond.
Niet alles werd bebouwd. Een lange strook tussen Sloterdijk en Halfweg bleef grotendeels open. Op het opgespoten en verstoorde terrein ontwikkelden zich rietvelden, ruigte, struiken en spontaan bos. Dit gebied werd bekend als de Brettenzone en later als de Lange Bretten. Zo bleef de naam van één verdwenen huis verbonden aan een natuurgebied dat pas lang na de sloop ontstond.
Ook enkele oudere landschapselementen bleven behouden of werden opnieuw zichtbaar gemaakt. Bij sportpark Spieringhorn ligt nog een restant van de oude Spaarndammerdijk. Verder westelijk herinneren waterlopen en opnieuw aangelegde sloten aan het vroegere veenweidelandschap. Deze resten behoren niet rechtstreeks tot het huis, maar tonen wel het landschap waarin de herberg ooit stond.
In 2014 kreeg de verdwenen plek een nieuw herkenningspunt. Kunstenaar Pieter Boekschooten ontwierp Deur naar het verleden, een vrijstaande deur van cortenstaal. In het oppervlak is een voorstelling van Huis te Bretten opgenomen. De deur staat bij de Seineweg en Spaarnwouderweg, in de omgeving van de verdwenen herberg.
Het kunstwerk reconstrueert het gebouw niet en doet niet alsof de oude omgeving nog bestaat. Het markeert juist de afwezigheid. Wie door de opening kijkt, ziet geen historische kamer of tuin, maar sportvelden, infrastructuur en groen. De voordeur is gebleven zonder het huis erachter. Daarmee verbeeldt zij precies wat hier gebeurde: het gebouw verdween, het later ontstane poldertje werd uitgewist en alleen de naam bleef bestaan.
De plek wordt leesbaar door de verschillende verkeerslijnen naast elkaar te zien. De oude dijk verwijst naar vervoer over land en naar bescherming tegen het IJ. De Haarlemmertrekvaart vertelt over trekschuiten en jaagpaden. De spoorlijnen herinneren aan de techniek waarvoor Huis te Bretten werd gesloopt. Wegen en viaducten voegen daar het moderne verkeer aan toe.
Kijk bij de stalen deur daarom niet alleen naar de afbeelding van het verdwenen huis. Draai je om en volg de lijnen in het huidige landschap: de dijk, het spoor, de vaart en de wegen. Tussen die verbindingen stond ooit een herberg waar reizigers juist even bleven staan. Het huis is verdwenen, maar het gebied draagt zijn naam nog altijd verder.
Verder lezen
- De Brettenzone: een groene oase met historieOneindig Noord-Holland
- Van Haarlemmerpoort naar HalfwegOns Amsterdam
- De Spieringhorner BinnenpolderWerkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp