Het verhaal van deze plek
Waar nu land ligt, golfde een meer
De Beemster lijkt tegenwoordig een rustig Noord-Hollands landbouwgebied. Rechte wegen lopen tussen weilanden en akkers, sloten verdwijnen in de verte en grote stolpboerderijen staan op regelmatige afstand van elkaar. Voor het begin van de zeventiende eeuw lag hier echter het Beemstermeer.
Dat meer was niet altijd zo groot geweest. Ontginning en ontwatering van het omliggende veen lieten de bodem dalen. Tegelijk vergrootten stormen en afslag kleine waterlopen en plassen. Uiteindelijk ontstond een open binnenmeer dat bij slecht weer omliggende dorpen, steden en landbouwgrond bedreigde.
In dezelfde periode groeide de vraag naar vruchtbare grond. Amsterdamse kooplieden beschikten door de handel over veel kapitaal en zochten nieuwe investeringen. Het droogmaken van het meer bood twee kansen tegelijk: bescherming tegen uitbreidend water en de aanleg van nieuwe landbouwgrond.
Meer dan veertig molens tegen het water
In 1607 kregen de initiatiefnemers toestemming om het meer droog te maken. Vanaf 1608 werd rondom het water een ringdijk aangelegd. Daarnaast groeven arbeiders een ringvaart. De uitgegraven grond werd gebruikt voor de dijk, terwijl de vaart het opgepompte water moest afvoeren.
Het meer lag te diep om met één molen leeg te malen. Daarom werden de molens in opeenvolgende gangen geplaatst. Iedere molen tilde het water een stukje omhoog en gaf het door aan het volgende niveau. In meerdere molengangen brachten ruim veertig windmolens het water uiteindelijk stapsgewijs naar de hoger gelegen ringvaart.
In 1610 leek de drooglegging bijna voltooid, maar tijdens een storm braken dijken in de omgeving door en stroomde opnieuw water naar binnen. Een groot deel van het werk moest worden overgedaan. De ringdijk werd verhoogd en versterkt. Op 19 mei 1612 viel De Beemster definitief droog.
Een landschap vanaf de tekentafel
De drooggevallen bodem besloeg ruim 7.200 hectare. Het nieuwe land werd niet verdeeld volgens de grillige vorm van het voormalige meer. Landmeters legden er een geometrisch raster overheen dat aansloot bij renaissancistische ideeën over orde, maat en verhouding.
De grootste hoofdmodules meten ongeveer 1.850 bij 1.850 meter. Wegen en hoofdwatergangen verdelen deze vakken verder in blokken van ongeveer 900 bij 900 meter. Binnen die blokken liggen langgerekte kavels. Wegen, weteringen en perceelsgrenzen lopen hoofdzakelijk van noord naar zuid en van oost naar west.
Langs de ringdijk moest de strakke geometrie zich aanpassen aan de gebogen rand van het vroegere meer. Daar ontstonden schuine aansluitingen en onregelmatige kavels. Juist het contrast tussen die grillige buitenomtrek en het rechte binnenraster maakt zichtbaar hoe het mathematische plan in een bestaande landschapsvorm werd gepast.
Dorpen, buitenplaatsen en stolpboerderijen
Middenbeemster kwam bij de kruising van Middenweg en Rijperweg te liggen. Het dorp werd het bestuurlijke, kerkelijke en economische middelpunt van de droogmakerij. Andere buurten en dorpen groeiden langs de rechte wegen, meestal als langgerekte linten binnen het raster.
Ook de boerderijen werden onderdeel van de ordening. Veel erven liggen op vaste afstanden langs de wegen. Kenmerkend is de Noord-Hollandse stolpboerderij: een vrijwel vierkant gebouw met een hoog piramidevormig dak. De vierkante vorm van de stolp sluit opvallend goed aan op de terugkerende vierkanten van het polderontwerp.
Rijke investeerders gebruikten delen van het nieuwe land niet alleen voor landbouw. Langs de wegen verschenen buitenplaatsen en herenhuizen met formele tuinen, poorten, vijvers en lanen. Veel verdwenen later, maar overgebleven gebouwen en toegangspoorten herinneren nog aan De Beemster als zomerverblijf voor welgestelde stedelingen.
Een levend waterwerk en UNESCO-landschap
De molens die het meer drooglegden, bleven na 1612 nodig om regen- en kwelwater uit de lage polder te verwijderen. Door bodemdaling moest het bemalingssysteem later zelfs worden uitgebreid. Aan het einde van de negentiende eeuw namen stoomgemalen de taak van de windmolens over. Daarna volgden diesel- en elektrische installaties.
De Beemster is daardoor geen gebied dat alleen in het verleden op het water werd gewonnen. Ook vandaag moet voortdurend water worden afgevoerd. Zonder ringdijk, sloten, gemalen en geregeld peilbeheer zou het land opnieuw vernatten.
Ondanks latere veranderingen is de hoofdstructuur uitzonderlijk goed bewaard gebleven. De ringdijk omsluit nog altijd de vorm van het voormalige meer. Wegen, sloten, boomrijen, kavels, dorpen en boerderijen volgen grotendeels het zeventiende-eeuwse patroon.
In 1999 werd de volledige droogmakerij op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst. Niet één gebouw of afzonderlijke molen vormt het werelderfgoed. De waarde ligt juist in het complete verband tussen ringdijk, ringvaart, bemaling, verkaveling, wegen, nederzettingen en het nog altijd functionerende agrarische landschap.
De Beemster is daarom het duidelijkst te lezen terwijl je beweegt. Langs Middenweg en Rijperweg volgen kruisingen, sloten, boomrijen en erven elkaar in een vast ritme op. Vanaf de ringdijk zie je het hoogteverschil tussen de ringvaart, het oude land en de lager gelegen meerbodem. De molens maakten het meer droog, maar het geometrische ontwerp maakte er De Beemster van.