Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Nederland en het water

Droogmakerij De Beemster

Binnen de ringdijk van De Beemster ligt geen vanzelf ontstaan platteland, maar een landschap dat vanaf de tekentafel over een drooggevallen meerbodem werd gelegd. Amsterdamse kooplieden lieten het meer tussen 1607 en 1612 met ruim veertig windmolens in opeenvolgende molengangen leegmalen. Daarna verdeelden landmeters de bodem in een vrijwel mathematisch raster van wegen, sloten, vierkante blokken en langgerekte kavels. De hoofdstructuur is ruim vier eeuwen later nog opvallend intact. Ringvaart, boomrijke wegen, stolpboerderijen en rechte zichtlijnen maken De Beemster tot een compleet waterbouwkundig ontwerp op landschappelijke schaal.

Nederland en het waterWaterwerkenPolderLandschap
Stolpboerderij De Eenhoorn aan de rechte Middenweg in Droogmakerij De Beemster
Stolpboerderij De Eenhoorn aan Middenweg 196. Boerderijen, wegen, sloten en boomrijen volgen grotendeels het geometrische patroon dat na de drooglegging van 1612 werd uitgezet.Foto: A. J. van der Wal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

De Beemster is een waterwerk dat niet in één gebouw of bij één gemaal is te vinden. Het volledige landschap vormt het object. Langs de Middenweg en Rijperweg zijn de vaste afstanden tussen kruisingen, sloten, boomrijen en boerderijen goed herkenbaar. Vanaf de ringdijk wordt zichtbaar dat de polder enkele meters lager ligt dan de ringvaart en het oude land. Een fiets- of autoroute door de droogmakerij maakt duidelijk hoe een zeventiende-eeuws geometrisch plan nog altijd wegen, landbouw en bebouwing bepaalt. Een gids of entreebewijs is niet nodig.

Wat zie je?

Je ziet een open polderlandschap met lange rechte wegen, evenwijdige sloten, grote rechthoekige percelen, boomlanen en verspreide stolpboerderijen. Middenbeemster ligt bij de centrale kruising van Middenweg en Rijperweg. Langs de buitenrand volgen ringdijk en ringvaart de grillige omtrek van het voormalige meer. Op verschillende plaatsen liggen historische buitenplaatsen, toegangspoorten, bruggen en waterstaatkundige gebouwen. De afzonderlijke onderdelen lijken eenvoudig, maar vormen samen een kilometerslang geometrisch patroon.

Waarom doet deze plek ertoe?

De Beemster is een van de vroegste en meest complete voorbeelden van een grootschalige droogmakerij die als één samenhangend landschap werd ontworpen. Bemaling, waterafvoer, wegen, verkaveling, nederzettingen en boerderijen werden niet afzonderlijk aangelegd, maar als onderdelen van hetzelfde geometrische systeem. Het ontwerp verbond technische bruikbaarheid met zeventiende-eeuwse ideeën over orde, maat en schoonheid. Omdat de hoofdstructuur nog vrijwel volledig leesbaar is, toont De Beemster hoe waterbouw niet alleen land kon droogleggen, maar ook de blijvende vorm van een complete streek kon bepalen.

Het grotere verhaal

De Beemster lijkt op het eerste gezicht een ruim Noord-Hollands landbouwgebied. Rechte wegen lopen tussen weilanden en akkers, sloten verdwijnen in de verte en grote stolpboerderijen staan op regelmatige afstand van elkaar. Pas bij langer kijken wordt duidelijk dat vrijwel iedere hoofdlijn onderdeel is van één samenhangend ontwerp.

Voor de zeventiende eeuw lag hier het Beemstermeer. Dat meer was niet altijd zo groot geweest. Ontginning en ontwatering van het omliggende veen lieten de bodem dalen, terwijl stormen en afslag kleine waterlopen en plassen steeds verder vergrootten. Uiteindelijk ontstond een open binnenmeer dat bij slecht weer omliggende steden, dorpen en landbouwgronden bedreigde.

Tegelijk groeide aan het begin van de zeventiende eeuw de vraag naar landbouwgrond. Amsterdamse kooplieden beschikten door handel over grote hoeveelheden kapitaal en zochten nieuwe investeringen. Een droogmakerij bood beide: bescherming tegen uitbreidend water en de mogelijkheid om vruchtbare grond te verkopen, verpachten of voor buitenplaatsen te gebruiken.

In 1607 kregen de initiatiefnemers toestemming om het meer droog te maken. Vanaf 1608 werd rondom het water een ringdijk aangelegd en daarnaast een ringvaart gegraven. De uitgegraven grond werd voor de dijk gebruikt, terwijl de vaart het opgepompte water moest afvoeren.

Het water kon niet met één molen rechtstreeks uit het diepe meer naar de ringvaart worden gebracht. Daarom werden molens in opeenvolgende gangen geplaatst. Iedere molen tilde het water een beperkte hoogte op en gaf het door aan een volgend niveau. Vijftien molengangen met in totaal ruim veertig windmolens brachten het water uiteindelijk vanuit het meer naar de hoger gelegen ringvaart.

In 1610 leek de drooglegging bijna voltooid, maar tijdens een storm braken dijken in de omgeving door en stroomde opnieuw water naar binnen. Een groot deel van het werk moest worden overgedaan. De ringdijk werd verhoogd en versterkt om een nieuwe overstroming te voorkomen.

Op 19 mei 1612 viel De Beemster definitief droog. De gewonnen bodem besloeg 7.208 hectare. Daarmee was het een van de grootste en technisch ambitieuste droogmakerijen van zijn tijd. De investering leverde niet alleen nieuw landbouwland op, maar ook een volledig nieuw gebied dat nog moest worden ingericht.

Het land werd niet eenvoudig verdeeld volgens de grillige omtrek van het voormalige meer. Landmeters legden een geometrisch systeem over de bodem dat aansloot bij klassieke en renaissancistische ideeën over orde, maat en verhouding. Het landschap moest bruikbaar zijn, maar tegelijk logisch, evenwichtig en herkenbaar worden opgebouwd.

De grootste hoofdmodules meten ongeveer 1.850 bij 1.850 meter. Wegen en hoofdwatergangen verdelen die modules verder in vierkante blokken van ongeveer 900 bij 900 meter. Binnen deze blokken liggen langgerekte kavels van ongeveer 180 bij 900 meter. Wegen, weteringen en kavels lopen hoofdzakelijk in noord-zuid- en oost-westrichting.

De geometrie moest zich aanpassen aan de gebogen rand van het voormalige meer. Langs de ringdijk ontstonden daarom onregelmatige kavels en schuine aansluitingen. Juist het contrast tussen de grillige buitenomtrek en het strakke binnenraster maakt zichtbaar hoe een mathematisch plan in een bestaande landschapsvorm werd ingepast.

Middenbeemster kwam te liggen bij de kruising van Middenweg en Rijperweg, de belangrijkste noord-zuid- en oost-westverbindingen. Het dorp werd het bestuurlijke, kerkelijke en economische centrum van de droogmakerij. Andere buurten en dorpen ontwikkelden zich langs de rechte wegen, maar de bebouwing bleef grotendeels als linten in het raster liggen.

Ook de boerderijen werden onderdeel van die ordening. Veel erven liggen op regelmatige afstand langs de wegen. Kenmerkend is de Noord-Hollandse stolpboerderij: een vrijwel vierkant gebouw met een hoog piramidevormig dak. De vierkante grondvorm van de stolp sluit opvallend aan op de herhaalde vierkanten van het polderontwerp.

Rijke investeerders gebruikten delen van de droogmakerij niet alleen voor landbouw. Langs de wegen verschenen tientallen buitenplaatsen en herenhuizen met formele tuinen, poorten, vijvers en lanen. Veel daarvan verdwenen later, maar enkele toegangspoorten, buitenhuizen en landschappelijke structuren herinneren nog aan De Beemster als zomerverblijf voor welgestelde stedelingen.

De molens die het meer hadden drooggelegd, bleven na 1612 nodig om regen- en kwelwater uit de lage polder te verwijderen. Door bodemdaling moest het bemalingssysteem later zelfs worden uitgebreid met een extra trap. Aan het einde van de negentiende eeuw namen stoomgemalen de taak van de windmolens over. Daarna volgden diesel- en elektrische installaties.

De Beemster is daardoor geen landschap dat alleen in het verleden op het water werd gewonnen. Ook nu moet voortdurend water worden afgevoerd. De bodem ligt enkele meters beneden het omringende water. Zonder dijken, sloten, gemalen en geregeld peilbeheer zou landbouwgrond opnieuw vernatten.

Ondanks latere veranderingen bleef de hoofdstructuur uitzonderlijk goed herkenbaar. De ringdijk omsluit nog altijd de vorm van het voormalige meer. Wegen, waterlopen, boomrijen, kavels, nederzettingen en boerderijen volgen grotendeels het zeventiende-eeuwse patroon. Ook nieuwere infrastructuur werd waar mogelijk parallel aan de bestaande lijnen gelegd.

In 1999 werd de volledige droogmakerij op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst. Niet één gebouw of afzonderlijke molen vormt het werelderfgoed. De waarde ligt in het complete verband tussen ringdijk, ringvaart, bemaling, verkaveling, wegen, nederzettingen, boerderijen en het nog altijd functionerende agrarische landschap.

De Beemster is het duidelijkst te lezen vanuit beweging. Langs Middenweg en Rijperweg volgen kruisingen, sloten, boomrijen en erven elkaar in een vast ritme op. Vanaf de ringdijk wordt het hoogteverschil zichtbaar tussen de ringvaart, het oude land en de lager gelegen meerbodem. Vanuit een hoger standpunt vallen de rechte lijnen samen tot grote vierkanten.

Let vooral op die herhaling. Een enkele rechte sloot of weg zegt weinig, maar samen vormen watergangen, boomrijen, wegen en kavelgrenzen een patroon dat kilometerslang doorloopt. Dat patroon is het eigenlijke waterwerk. De molens maakten de meerbodem droog, maar de landmeters maakten er De Beemster van.

Verder lezen