Het verhaal van deze plek
Amsterdam verdwijnt achter de dijk
Wie vanuit Amsterdam-Zuidoost naar Driemond fietst, merkt hoe snel de stad plaatsmaakt voor het open landschap. Flats, verkeerswegen en bedrijventerreinen maken plaats voor dijken, sloten en lange zichtlijnen. Toch ligt Driemond binnen de gemeente Amsterdam. Het dorp vormt een kleine landelijke wereld aan de zuidoostrand van de hoofdstad.
Die ligging is geen toeval. Driemond ontstond bij een knooppunt van waterwegen. Hier komen de Gaasp, het Gein en de Smal Weesp bij elkaar. Eeuwenlang waren zulke waterlopen de betrouwbaarste routes door het natte veenland. Mensen woonden, werkten en reisden langs de oevers.
Een dorp bij drie monden
De naam Driemond verwijst naar de samenkomst van de drie waterlopen. Het dorp stond lange tijd ook bekend als Geinbrug, naar de brug over het Gein. Bruggen en kruisingen waren in dit landschap belangrijke herkenningspunten. Zij bepaalden waar mensen het water konden oversteken en waar bebouwing zich concentreerde.
De dorpsnaam bewaart bovendien de herinnering aan een verdwenen buitenplaats. In de zeventiende eeuw liet de Amsterdamse lakenhandelaar Gerbrand Anslo hier een landhuis aanleggen. Architect Philips Vingboons ontwierp de buitenplaats. Het huis verdween in de negentiende eeuw, maar de naam Driemond bleef aan het gebied verbonden.
De Gaasp en het lage land
De Gaasp is een oude veenrivier die vanaf Driemond naar de Diem stroomt. In de middeleeuwen vormde zij op verschillende plaatsen een grens. Na de ontginning van het omliggende veenland werd het water belangrijk voor landbouw, afvoer en vervoer.
In de zeventiende eeuw maakte de Gaasp deel uit van een route voor goederen en trekschuiten richting Amsterdam. Bestaande rivieren werden verbonden met gegraven vaarten en ringwateren. Wat vandaag stil en landelijk oogt, was ooit onderdeel van een druk netwerk waarin mensen, bouwmaterialen, voedsel en handelswaar over water werden verplaatst.
Het omliggende land bestaat voor een belangrijk deel uit veen. Door ontwatering en gebruik zakte deze bodem langzaam. Tegelijk bleef het water in rivieren en boezemvaarten op een hoger peil. Daardoor ontstond het hoogteverschil dat vanaf de Lange Stammerdijk nog altijd goed te zien is.
Regen- en kwelwater verzamelt zich in de poldersloten. Vanuit zichzelf kan dat water niet naar de hoger gelegen Gaasp stromen. Het water moet daarom naar het hogere buitenwater worden opgepompt. Zonder bemaling zouden weilanden, wegen en erven steeds natter worden.
Een molen uit 1707
De huidige molen werd in 1707 gebouwd om de Gemeenschapspolder te bemalen. Officieel heet hij Gemeenschapsmolen, al wordt hij meestal Gaaspermolen genoemd. De molen staat direct aan de Gaasp, op het punt waar water uit het lage polderstelsel naar het hogere buitenwater kan worden gebracht.
Oorspronkelijk gebeurde dat met een scheprad. Aan het einde van de negentiende eeuw werd de installatie gemoderniseerd en kreeg de molen een vijzel. Via assen en tandwielen zetten de wieken deze schroefvormige vijzel in beweging. De molen was daarmee geen romantisch landschapselement, maar een grote houten machine.
Van windkracht naar levend waterbeheer
Naarmate de bodem verder daalde, werd het drooghouden van de polder steeds moeilijker. In 1926 nam een dieselgemaal een groot deel van de taak over. De molen verloor zijn wieken, kap en maalwerk en bleef tientallen jaren als kale molenromp aan de Gaasp staan.
In de jaren negentig voldeed ook het gemaal niet meer. Bij de aanleg van het Diemerbos moest het waterpeil verder worden verlaagd. Het oude gemaal werd gesloopt en de molen werd ingrijpend hersteld. In 2003 was de reconstructie gereed. De historische romp en het metselwerk bleven behouden, terwijl kap, wieken en binnenwerk opnieuw werden aangebracht.
De molen kan nog altijd water uit de polder naar de Gaasp brengen. Wanneer er voldoende wind is, gebeurt dat met windkracht. Is de wind onvoldoende, dan kan elektrische aandrijving worden ingezet. Oude en moderne techniek werken hier dus niet naast elkaar, maar in hetzelfde watersysteem.
Dat maakt de Gaaspermolen bijzonder. Veel oude waterwerken vertellen vooral hoe het vroeger ging. Deze molen laat zien dat hetzelfde hoogteverschil nog altijd bestaat en nog altijd moet worden overbrugd. De techniek veranderde, maar de opgave bleef.
Driemond dankt zijn ontstaan aan waterwegen die mensen en goederen samenbrachten. De Gaaspermolen staat er omdat het land achter diezelfde waterwegen steeds droger moest worden gehouden. Op één korte wandeling zie je dus twee tegengestelde bewegingen: water als verbinding en water als bedreiging.
De buitenplaats verdween, de trekschuiten verdwenen en Amsterdam groeide tot vlak bij het dorp. Maar de Gaasp stroomt nog altijd langs de dijk. De polder ligt nog altijd lager. En de molen staat nog altijd precies op de grens tussen beide.