Het verhaal van deze plek
Een Romeinse haven aan het Oer-IJ
Aan het begin van de eerste eeuw zag de omgeving van Velsen er heel anders uit. Het Oer-IJ vormde een brede waterverbinding tussen het achterland en de Noordzee. Langs de oevers lagen vruchtbare gronden waar Friese gemeenschappen woonden, vee hielden en akkers bewerkten.
Voor de Romeinen was deze waterweg strategisch. Schepen konden vanuit het stroomgebied van Rijn en Vecht naar het Oer-IJ varen. Rond het jaar 14 werd hier een versterkte militaire basis aangelegd die tegenwoordig Velsen 1 wordt genoemd.
Het water begrensde een deel van het kamp en was tegelijk essentieel voor zijn functie. Houten steigers, beschoeiingen en vermoedelijke boothuizen maakten van Velsen 1 niet alleen een fort, maar ook een havencomplex waar schepen konden aanleggen, worden onderhouden en bevoorraad.
Archeologen vonden onder meer wapens, schoenen, gereedschap, houten voorwerpen en afval. Samen laten die vondsten zien hoe militairen hier woonden, werkten en verkeer over het water organiseerden.
Castellum Flevum en de Friese opstand
Velsen 1 wordt meestal verbonden met Castellum Flevum, het fort dat de Romeinse schrijver Tacitus noemt. De ligging, datering en sporen van geweld maken Velsen de waarschijnlijkste kandidaat. De identificatie is breed aanvaard, maar niet rechtstreeks bewezen.
De verhouding tussen Romeinen en Friezen werd aanvankelijk ook gekenmerkt door handel, diplomatie en militaire samenwerking. Dat veranderde toen de Romeinen steeds grotere runderhuiden eisten. Voor de Friezen werd die belasting onhoudbaar.
In het jaar 28 brak een opstand uit. De Romeinse bezetting in het gebied werd aangevallen en ook bij Velsen werd zwaar gevochten. Brandsporen, beschadigde wapens en menselijke resten tonen hoe gewelddadig de confrontatie was.
Na de opstand werd Velsen 1 opgegeven. Het havenfort verdween, maar de sporen van de aanval bleven uitzonderlijk goed in de bodem bewaard.
Velsen 2 en een grotere Romeinse ambitie
Niet ver van Velsen 1 werd later een tweede basis gebouwd. Velsen 2 was veel groter en besloeg minstens elf hectare. Het terrein bood ruimte aan een omvangrijke militaire bezetting.
De aanleg wijst op plannen voor een grootschalige militaire operatie in het noorden. Mogelijk moest het kamp dienen als uitvalsbasis voor verdere campagnes langs de kust en richting het Friese gebied.
De precieze functie van Velsen 2 is nog niet volledig vastgesteld. De omvang en inrichting maken wel duidelijk dat het om meer ging dan een klein grensfort. Het was een groot legerkamp met een belangrijke logistieke rol.
Ook deze basis werd uiteindelijk verlaten. Daarmee kwam een einde aan de Romeinse militaire aanwezigheid op deze plek.
Hoe het Romeinse landschap verdween
Na het vertrek van de Romeinen veranderde het landschap langzaam. Het Oer-IJ verzandde en verloor zijn betekenis als brede vaarweg. Nieuwe bodemlagen bedekten de resten van de forten en hun havens.
Veel later veranderden het Noordzeekanaal, industrie, wegen en tunnels het gebied opnieuw. Moderne bouwprojecten vormden tegelijk een bedreiging en een kans. Ze verstoorden delen van het bodemarchief, maar brachten ook resten aan het licht die anders verborgen waren gebleven.
Tijdens werkzaamheden aan een Duitse antitankgracht kwamen Romeinse scherven aan het licht. Latere opgravingen maakten duidelijk hoe omvangrijk en uitzonderlijk de vindplaatsen waren.
Wat vandaag nog onder de grond ligt
Bovengronds is van Velsen 1 en Velsen 2 vrijwel niets te zien. De huidige omgeving wordt bepaald door verkeer, bebouwing en groen. Toch liggen onder dat moderne landschap delen van verdedigingswerken, gebouwen, havens en afvalzones bewaard.
Hier ontmoetten Romeinen en Friezen elkaar, dreven zij handel en vochten zij uiteindelijk om dezelfde kust. Onder het moderne Velsen ligt nog altijd het stille bewijs van die Romeinse aanwezigheid en de confrontatie die erop volgde.