Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Verdwenen plekken

Castellum Flevum, het verdwenen Romeinse fort bij Velsen

Bij Velsen lag aan het begin van de eerste eeuw een Romeins havenfort met wallen, grachten, barakken, werkplaatsen, steigers en andere havenconstructies. Dit fort, tegenwoordig Velsen 1 genoemd, werd omstreeks 14–16 na Christus aangelegd aan het Oer-IJ en wordt meestal geïdentificeerd met het door Tacitus genoemde Castellum Flevum. Tijdens de Friese opstand van 28 werd het zwaar aangevallen en kort daarna verlaten. Rond 39 bouwden de Romeinen vlakbij een veel groter legerkamp, Velsen 2. Wegen, tunnels, industrie en andere moderne ingrepen hebben het oude landschap volledig veranderd. Beide complexen bestaan alleen nog als archeologische resten onder de grond.

Verdwenen plekkenRomeinen & vroege grenzenCastellumArcheologisch landschap
Dorpsgezicht in Velsen-Zuid, in de omgeving van de Romeinse vindplaatsen
Een dorpsgezicht in Velsen-Zuid, gefotografeerd in 2003. In de wijdere omgeving liggen de ondergrondse resten van Velsen 1 en Velsen 2. De foto toont niet de fortplaatsen of een zichtbaar archeologisch overblijfsel.Foto: Gerard Hogervorst, gebruikersnaam Gmhogervorst op de Nederlandstalige Wikipedia, via Wikimedia Commons, CC BY 1.0 NLWijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

Bij Velsen lagen twee Romeinse militaire bases op een plaats die nu nauwelijks nog aan de oudheid doet denken. Velsen 1 beschikte niet alleen over verdedigingswerken en barakken, maar ook over een uitzonderlijk uitgebreid havencomplex met steigers, beschoeiingen en vermoedelijke boothuizen. Vlakbij lag later Velsen 2, een legerkamp van minstens elf hectare waar duizenden militairen konden verblijven. De vondsten vertellen over soldaten, scheepvaart, bevoorrading, contacten met de Friezen en een gewelddadige aanval. Bovengronds is vrijwel niets herkenbaar. Juist het contrast tussen het moderne verkeerslandschap en de omvangrijke Romeinse resten onder de grond maakt de plek bijzonder.

Wat zie je?

Rond de voormalige fortplaatsen liggen tegenwoordig grasvelden, wegen, recreatieterreinen, waterlopen en de infrastructuur van de Velser- en Wijkertunnel. Van wallen, barakken, havens en aanlegsteigers is aan het oppervlak niets duidelijk zichtbaar. Nabij de plaats van Velsen 1 staat een informatiebord over de Romeinse aanwezigheid. Een deel van de vindplaats is als archeologisch monument onder de grond beschermd. De resten liggen verspreid in een landschap dat sinds de Romeinse tijd sterk veranderde door het verzanden van het Oer-IJ, de aanleg van het Noordzeekanaal, industrie, wegenbouw en tunnelwerkzaamheden.

Waarom doet deze plek ertoe?

De forten bij Velsen laten zien dat de Romeinse aanwezigheid in Noord-Holland omvangrijker en ambitieuzer was dan een afgelegen grenspost doet vermoeden. De bases lagen ver ten noorden van de latere vaste limes langs de Rijn en maakten deel uit van Romeinse pogingen om het kustgebied en de verbindingen naar het noorden te beheersen. De haven van Velsen 1 behoort tot de uitzonderlijkste vroeg-Romeinse havencomplexen van Noordwest-Europa. Het minstens elf hectare grote Velsen 2 wijst op een militaire operatie van veel grotere schaal. De aanval van 28 toont tegelijk dat de Friese bevolking geen passieve toeschouwer was, maar zich gewapend tegen Romeinse dwang kon verzetten.

Het grotere verhaal

Aan het begin van de eerste eeuw zag de omgeving van Velsen er volledig anders uit. Het Noordzeekanaal bestond nog niet en ook de huidige kustlijn, polders, wegen en tunnels ontbraken. Door Kennemerland stroomde het Oer-IJ, een brede waterverbinding tussen het binnenland, het Flevomeer en de Noordzee. Langs de oevers lagen vruchtbare gronden waarop Friese gemeenschappen woonden, vee hielden en akkers bewerkten.

Voor het Romeinse leger was deze waterweg strategisch belangrijk. Schepen konden vanuit het stroomgebied van Rijn en Vecht richting het Oer-IJ varen. Vanaf deze noordelijke uitvalsbasis konden soldaten, voorraden en materiaal naar de kust en verder naar het noorden worden gebracht. Omstreeks 14–16 na Christus legden de Romeinen daarom aan de zuidelijke oever een versterkte havenbasis aan.

Dit oudste complex staat tegenwoordig bekend als Velsen 1. Het was geen eenvoudig rechthoekig fort volgens één standaardplan. De vorm werd aangepast aan de oever en de haven. Verdedigingswallen, grachten, houten poorten, barakken, werkplaatsen en opslagplaatsen lagen naast steigers, beschoeiingen en andere voorzieningen voor schepen. Het water vormde niet alleen de grens van het kamp, maar was een essentieel onderdeel van zijn functie.

De basis werd in verschillende fasen uitgebreid. De eerste omheining besloeg ongeveer één hectare, waarna het complex uitgroeide tot ongeveer twee hectare. De haven kende meerdere steigers en vermoedelijke boothuizen. Houten constructies bleven in de natte bodem uitzonderlijk goed bewaard. Daardoor konden archeologen niet alleen plattegronden onderzoeken, maar ook grote aantallen houten voorwerpen en bouwonderdelen bestuderen.

In de bodem werden wapens, schoenen, sloten, sleutels, meubelonderdelen, tentpennen, gereedschap en afval gevonden. Amforen en ander aardewerk wijzen op de aanvoer van wijn, olijfolie en vissaus uit verre delen van het Romeinse Rijk. De militairen aan het Oer-IJ leefden aan de rand van de Romeinse invloedssfeer, maar waren via het militaire bevoorradingssysteem verbonden met Gallië, Italië, Spanje en het oostelijke Middellandse Zeegebied.

De naam Castellum Flevum komt uit een tekst van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Hij beschreef tijdens de Friese opstand een versterking met de naam Flevum. De ligging, datering, havenfunctie en sporen van geweld maken Velsen 1 tot de waarschijnlijkste kandidaat. Een inscriptie waarop de Romeinse naam van de vindplaats staat is echter nooit gevonden. De identificatie is daarom breed aanvaard, maar niet rechtstreeks bewezen.

De verhouding tussen Romeinen en Friezen was aanvankelijk niet voortdurend vijandig. De Friezen leverden belasting in de vorm van runderhuiden en er bestonden handel, diplomatieke contacten en militaire samenwerking. Volgens Tacitus werden de eisen van de Romeinse bestuurder Olennius steeds zwaarder. Toen uitzonderlijk grote huiden werden verlangd en vee, land en uiteindelijk mensen als onderpand werden meegenomen, brak in het jaar 28 een opstand uit.

Het havenfort bij Velsen kwam onder zware druk te staan. Archeologen vonden honderden loden slingerkogels, wapens en andere sporen van gevechten. De verspreiding van de projectielen wijst op aanvallen vanuit verschillende richtingen. Friese strijders bereikten delen van de verdediging en binnen het kamp vonden gewelddadige confrontaties plaats.

Tot de opvallendste vondsten behoort een menselijk skelet in een waterput. Rond de hals lag een gevlochten koord. De persoon wordt vaak als een Romeinse militair gezien, maar zijn precieze identiteit en doodsoorzaak zijn niet met zekerheid vastgesteld. Mogelijk werd het lichaam tijdens of na de aanval in de put geworpen. Ook het idee dat hiermee bewust het drinkwater werd verontreinigd blijft een aannemelijke, maar niet bewezen interpretatie.

Tacitus beschreef hoe het garnizoen standhield totdat de Friezen de aanval opgaven. De archeologie bevestigt zwaar geweld, maar laat niet ieder onderdeel van zijn verhaal controleren. Velsen 1 werd in ieder geval kort na de gebeurtenissen verlaten. Gebouwen werden afgebroken of vervielen en de havenconstructies verdwenen langzaam in de natte bodem.

De Romeinse militaire aanwezigheid aan het Oer-IJ was daarmee nog niet voorbij. Rond 39 na Christus bouwde het leger iets verderop een nieuwe basis. Deze vindplaats staat bekend als Velsen 2. Lange tijd werd aangenomen dat ook dit een betrekkelijk klein castellum was. Nieuw onderzoek naar de grachten en verdedigingswerken liet echter zien dat het terrein minstens elf hectare omvatte.

Daarmee was Velsen 2 geen fort voor slechts enkele honderden hulptroepen, maar een castrum waarin delen van een legioen en mogelijk andere eenheden konden verblijven. Het oostelijke deel lag aan het Oer-IJ en de volledige omvang is nog niet overal vastgesteld. Het kamp kan daardoor zelfs groter zijn geweest dan de nu aangetoonde elf hectare.

De aanleg wordt vaak in verband gebracht met grote Romeinse campagnes onder keizer Caligula en met de voorbereidingen voor de invasie van Britannia onder keizer Claudius in 43. Velsen kan als verzamelplaats, haven, doorvoerlocatie of bevoorradingsbasis hebben gefunctioneerd. De omvang wijst duidelijk op een belangrijke militaire operatie, maar de exacte taak van het kamp blijft onderwerp van onderzoek.

Rond 47 kreeg de Romeinse bevelhebber Corbulo opdracht zijn troepen achter de Rijn terug te trekken. De rivier werd daarna steeds duidelijker de noordelijke grens van het Romeinse Rijk. Velsen 2 werd verlaten. De houten gebouwen vergingen, de grachten vulden zich en het Oer-IJ begon in de eeuwen daarna steeds verder te verzanden.

Het militaire landschap verdween onder afzettingen en latere menselijke ingrepen. Waterlopen veranderden, veen en klei werden afgezet en het gebied kreeg nieuwe vormen van bewoning en gebruik. Vanaf de negentiende eeuw veranderden de aanleg van het Noordzeekanaal, industrie, spoorwegen, wegen en tunnels de omgeving opnieuw ingrijpend.

De Romeinse resten kwamen in de twintigste eeuw stap voor stap aan het licht. Bij een Duitse antitankgracht werden tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog Romeinse scherven gevonden. Latere werkzaamheden voor tunnels, leidingen, wegen en andere infrastructuur brachten meer sporen aan de oppervlakte. Vanaf de jaren zeventig werd Velsen 1 uitgebreid opgegraven. Velsen 2 werd tijdens verschillende campagnes onderzocht.

De moderne ontwikkeling vormde tegelijk een bedreiging en een kans. Delen van de vindplaatsen verdwenen door bouwprojecten, maar juist die werkzaamheden maakten grootschalig archeologisch onderzoek mogelijk. Houten havendelen, grachten, gebouwen en duizenden gebruiksvoorwerpen konden worden vastgelegd voordat infrastructuur het terrein verder veranderde. Een deel van Velsen 1 bleef als archeologisch monument ondergronds beschermd.

Bovengronds is van beide militaire complexen vrijwel niets herkenbaar. Het Oer-IJ stroomt niet meer als brede rivier langs de voormalige kampen. Grasvelden, wegen, water, recreatieterreinen, bebouwing en tunnelinfrastructuur bepalen nu het beeld. Een informatiebord herinnert aan de Romeinse aanwezigheid, maar de schaal van de forten is in het huidige landschap moeilijk voor te stellen.

Onder deze moderne omgeving liggen de sporen van twee verschillende Romeinse ambities. Velsen 1 was een versterkt havencomplex van waaruit operaties in het noorden konden worden ondersteund. Velsen 2 was een veel groter legerkamp dat bij een omvangrijke campagne hoorde. Beide verdwenen binnen enkele tientallen jaren. Wat resteert zijn grachten, hout, voorwerpen, bodemsporen en de stille ondergrond van een plaats waar Romeinen en Friezen elkaar ontmoetten, goederen uitwisselden en bevochten.

Verder lezen