Vreemde verhalen
De Schat van Radboud
Onder Kasteel Radboud in Medemblik zou de herinnering liggen aan een oudere burcht, een heidense koning en een schat die nooit helemaal uit het verhaal verdween. De naam Radboud trekt het kasteel terug naar een tijd van strijd, kerstening en oude Friese macht. Of er werkelijk iets verborgen ligt, blijft onzeker. Maar juist dat vermoeden maakt elke kelder, muur en donkere hoek spannender.

Waarom hierheen?
Sta bij Kasteel Radboud in Medemblik en kijk naar de laatste overgebleven West-Friese dwangburcht van Floris V. Achter de bakstenen muren hangt een oudere naam: Radboud, de raadselachtige Friese koning aan wie later verhalen over strijd, heidendom, verborgen resten en een mogelijke schat werden verbonden.
Wat zie je?
Je ziet Kasteel Radboud aan het water van Medemblik, met gracht, bakstenen muren, torens, binnenruimtes en het omliggende havenlandschap. Alles wat zichtbaar is, hoort bij de middeleeuwse burchtgeschiedenis; de oudere Radboud-laag, de vermeende voorganger en de schat blijven verborgen in naam, verhaal en verbeelding.
Waarom doet deze plek ertoe?
Deze plek laat zien hoe een echte dertiende-eeuwse burcht een oudere en donkerdere herinnering naar zich toe kon trekken. Kasteel Radboud is tastbaar erfgoed van Floris V, maar de naam opent een tweede laag: koning Radboud, Friese macht, verdwenen voorgangers, verborgen kelders en het hardnekkige idee dat onder de stenen meer ligt dan geschiedenis alleen.
Het grotere verhaal
Aan de haven van Medemblik staat Kasteel Radboud stevig in het licht.
Bakstenen muren. Torens. Een gracht. Water vlakbij. Overdag laat het kasteel zich gemakkelijk lezen als een middeleeuwse burcht. Het werd aan het einde van de dertiende eeuw gebouwd in opdracht van graaf Floris V, als onderdeel van zijn poging om West-Friesland onder Hollandse controle te brengen. Het zichtbare kasteel hoort bij die strijd. Niet bij koning Radboud.
Die leefde eeuwen eerder.
Radboud was een Friese vorst uit de vroege middeleeuwen, verbonden met een wereld die lang vóór de bakstenen burcht van Floris V bestond. Voor zover bekend woonde hij niet in het huidige kasteel. Toch raakte zijn naam eraan vast. Misschien omdat Medemblik in de verbeelding al vóór Floris een oude machtsplaats moest zijn geweest. Misschien omdat een kasteel met zo’n naam bijna vanzelf om een oudere koning vraagt.
Zo kwamen twee tijden over elkaar heen te liggen.
Boven de grond staat de burcht van Floris V. In de verhalen ligt daaronder een oudere vesting van Radboud. Niet als aangetoonde ruïne die keurig onder de fundamenten wacht, maar als vermoeden. Een verdwenen machtsplaats. Een donkere laag onder het baksteen.
En bij zo’n verdwenen burcht hoort een schat.
De overlevering vertelt niet steeds hetzelfde. Soms gaat het om goud en zilver. Soms om munten, sieraden, wapens of kostbaarheden van een koning die zijn bezit niet aan vijanden wilde laten. De schat heeft geen betrouwbare inventaris en geen vaste bergplaats. Hij ligt in de kelder, onder een muur, diep in de grond of in een ruimte die alleen in het verhaal bestaat.
Juist daardoor blijft hij veilig.
Een gevonden schat wordt bezit. Een verborgen schat blijft dreigen.
Stel je voor dat hij in haast werd verstopt. Niet in een rustige zaal met getuigen en fakkels, maar in een nacht waarin een rijk wankelde. Steen werd verplaatst. Een vloer opengebroken. Kostbaarheden verdwenen in aarde en duisternis. Daarna werd de opening gesloten en wist alleen een kleine kring waar de buit lag.
Of niemand wist het meer.
Koning Radboud maakt die verbeelding zwaarder. In latere christelijke vertellingen verschijnt hij als de heidense vorst die zich bijna liet dopen, maar zich op het laatste moment terugtrok toen hij hoorde dat zijn voorouders niet in de christelijke hemel zouden zijn. Of dat verhaal historisch zo plaatsvond is onzeker. Het beeld bleef wel bestaan: een trotse koning die niet buigt en zijn oude wereld niet zonder meer opgeeft.
Zo’n koning geeft in een sage ook zijn rijkdom niet gemakkelijk prijs.
Zijn schat wordt koppig. Hij ligt niet te wachten op gelukkige gravers. Hij verbergt zich voor mensen die te veel willen. In sommige schatverhalen is rijkdom niet alleen kostbaar, maar ook gevaarlijk. Wie uit hebzucht zoekt, raakt de weg kwijt, hoort stemmen of ontdekt dat de plek de volgende dag nergens meer te vinden is.
Bij Kasteel Radboud is niets van zo’n verborgen rijkdom zichtbaar. De gracht ligt rustig om de muren. De torens kijken uit over Medemblik en de haven. De oude Zuiderzee maakte deze plek ooit tot een grens van handel, scheepvaart, strijd en gevaar. Alles wat je ziet hoort vooral bij de late middeleeuwen.
Toch blijft de naam ouder dan het gebouw.
Daar zit de spanning.
Een bezoeker loopt langs een poort, een trap of een zware muur en weet rationeel dat hij naar het kasteel van Floris V kijkt. Maar zodra de naam Radboud valt, verandert een kelder in een mogelijke schuilplaats. Een dikke muur kan iets verbergen. Een vloer wordt niet alleen een vloer, maar een grens tussen het aantoonbare kasteel en het kasteel van de overlevering.
De vraag is daarom niet werkelijk waar de schat ligt.
De vraag is waarom zoveel mensen wilden geloven dat hij hier moest liggen.
Misschien omdat het zichtbare kasteel niet oud genoeg voelde voor de naam die het droeg. Misschien omdat Medemblik een verleden kreeg dat dieper moest gaan dan de dertiende eeuw. Misschien omdat een trotse, heidense koning zonder verborgen rijkdom onvolledig leek.
Zo groeide onder het echte kasteel een tweede burcht.
De eerste is gebouwd van baksteen. Zij hoort bij Floris V en de onderwerping van West-Friesland. Je kunt om haar heen lopen, de muren aanraken en de vertrekken bekijken.
De tweede burcht heeft geen betrouwbare plattegrond. Zij behoort aan Radboud, aan een oudere machtswereld en aan een schat die nooit gevonden hoeft te worden. Haar gangen worden langer naarmate er minder van bekend is. Haar kelders worden dieper wanneer iemand zegt dat er niets ligt.
Dat betekent niet dat er werkelijk een vroegmiddeleeuws paleis onder het huidige kasteel verborgen ligt. Daarvoor ontbreekt overtuigend bewijs. Het betekent ook niet dat Radboud hier persoonlijk goud begroef. De sage verbindt personen, perioden en gebouwen die historisch niet één geheel vormen.
Maar verhalen hebben geen moeite met zulke afstanden.
Zij leggen eeuwen over elkaar heen. Een Friese koning verdwijnt onder een Hollandse burcht. Een naam wordt ouder dan de muren. Een schat vult de lege ruimte tussen wat bekend is en wat men hoopt te vinden.
Wie langs de gracht loopt, kan beide kastelen tegelijk voelen.
Boven het water staat het zichtbare bouwwerk. Baksteen, torens en ramen vangen het licht. Onder de naam ligt iets anders. Een verdwenen vesting. Een koning die niet wilde buigen. Een rijkdom die alleen veilig is zolang niemand haar bereikt.
Blijf daarom bij Kasteel Radboud niet alleen naar de torens kijken.
Kijk ook naar de grond. Naar de zware voet van de muren. Naar een trap die omlaag voert en een deur die gesloten blijft. Niet omdat daar aantoonbaar de schat ligt, maar omdat precies daar de geschiedenis ophoudt en de sage begint.
Het echte kasteel staat boven de grond.
Het andere ligt onder de naam.
En ergens tussen die twee blijft iets glinsteren. Net diep genoeg om nooit gevonden te hoeven worden.
Verder lezen
- Kasteel RadboudMonumentenbezit
- Kasteel RadboudStichting Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen
- Kasteel Radboud in MedemblikWestfries Genootschap
- In deze 4 Noord-Hollandse kastelen spookt hetOneindig Noord-Holland