Nederland en het water
Schellingwoude en de Oranjesluizen
Aan de oostkant van Amsterdam-Noord liggen het oude dijkdorp Schellingwoude en de Oranjesluizen naast elkaar. De Waterlandse Zeedijk maakte bewoning langs het IJ mogelijk, terwijl het sluizencomplex sinds 1872 de scheepvaart en waterhuishouding tussen het Binnen-IJ en Buiten-IJ regelt. Dorpshuizen, dijkbochten, passerende schepen en bewegende sluisdeuren tonen hier twee verschillende schalen van leven met water.

Waarom hierheen?
Schellingwoude en de Oranjesluizen laten binnen een klein gebied zien hoe Amsterdam-Noord uit dijken, dorpen en waterwerken is gegroeid. Langs de Schellingwouderdijk blijft de schaal van het oude dijkdorp herkenbaar. Aan het water ligt een nog werkend sluizencomplex waar schepen worden geschut en verschillende waterpeilen van elkaar worden gescheiden. Voor de kernervaring zijn geen museumbezoek, entreebewijs of gids nodig.
Wat zie je?
Je ziet de lintbebouwing van Schellingwoude langs de bochtige dijk, de open ruimte van het IJ en het sluizencomplex met kolken, sluisdeuren en wachtende of passerende schepen. De oorspronkelijke negentiende-eeuwse sluizen liggen naast de veel grotere Prins Willem-Alexandersluis. Vanaf de openbare omgeving rond de dijk en het water is vooral het contrast tussen het kleine dorp en de grote infrastructuur goed zichtbaar.
Waarom doet deze plek ertoe?
De Waterlandse Zeedijk maakte het drassige gebied ten noorden van het IJ bewoonbaar en bepaalde de langgerekte vorm van Schellingwoude. De Oranjesluizen voegden daar in de negentiende eeuw een nieuwe laag aan toe. Zij gingen scheepvaart, waterpeil en de overgang tussen verschillende watergebieden regelen. Daardoor liggen hier de middeleeuwse strijd om droge grond en de latere technische beheersing van het Amsterdamse watersysteem direct naast elkaar.
Het grotere verhaal
Schellingwoude ligt langs de Waterlandse Zeedijk aan de oostkant van Amsterdam-Noord. De huizen volgen de bochten en hoogteverschillen van de dijk en herinneren aan een tijd waarin veilige bewoning vooral mogelijk was op of direct achter een verhoogde waterkering. Aan de waterzijde liggen de Oranjesluizen. Hun rechte muren, stalen deuren en lange kolken behoren tot een veel grotere schaal dan het oude dijklint.
Het gebied ten noorden van het IJ bestond oorspronkelijk uit nat veenland. Vanaf de middeleeuwen groeven bewoners sloten om het veen te ontwateren en landbouw mogelijk te maken. Daardoor daalde de bodem en werd het achterland steeds kwetsbaarder voor hoog water. Dijken werden daarom niet alleen grenzen in het landschap, maar ook de ruggengraat van bewoning, vervoer en veiligheid.
Langs de Waterlandse Zeedijk ontstonden verschillende dorpen, waaronder Schellingwoude, Nieuwendam, Buiksloot en Durgerdam. Huizen stonden op de kruin, tegen de helling of direct achter de dijk. Wegen en erven volgden dezelfde smalle strook. Zo ontstond geen compact dorp met een centraal stratenplan, maar een lang lint waarin iedere bocht van de dijk de vorm van de bebouwing bepaalde.
Schellingwoude bleef nauw verbonden met het IJ. Het water vormde een bedreiging, maar was tegelijk vaarweg, werkterrein en bron van inkomsten. Schippers, vissers, ambachtslieden en boeren leefden dicht bij elkaar. Via het IJ bestonden verbindingen met Amsterdam, de Zuiderzee en de dorpen van Waterland. Ondanks de latere opname in de groeiende stad bleef de schaal van het oude dijkdorp grotendeels herkenbaar.
In de negentiende eeuw veranderde het waterlandschap rond Amsterdam ingrijpend. Voor de aanleg van het Noordzeekanaal werden delen van het IJ afgedamd en drooggelegd. Het open water ten westen en oosten van Amsterdam kreeg verschillende functies en waterpeilen. Het Binnen-IJ kwam binnen het nieuwe kanaalstelsel te liggen, terwijl het Buiten-IJ zijn verbinding met de Zuiderzee behield.
Tussen die twee watergebieden was een regelbare doorgang nodig. Schepen moesten kunnen passeren, maar water mocht niet ongecontroleerd van het ene bekken naar het andere stromen. Ook het peil van het Noordzeekanaalgebied moest beheersbaar blijven. De smalle waterverbinding bij Schellingwoude bood een geschikte plaats voor een complex dat scheepvaart en waterbeheer tegelijk kon regelen.
De eerste steen van de Oranjesluizen werd in 1870 gelegd. Op 18 maart 1872 werd het complex in gebruik genomen. De drie oorspronkelijke schutsluizen kregen verschillende afmetingen, zodat uiteenlopende typen schepen konden worden verwerkt. Tussen de sluizen lagen dammen en bedieningsgebouwen, waardoor een samenhangend waterbouwkundig geheel ontstond.
Wanneer een schip de sluis binnenvaart, sluiten de deuren achter het vaartuig. Daarna wordt water in de kolk ingelaten of afgevoerd totdat het peil gelijk is aan dat van het volgende watergebied. Pas dan kunnen de deuren aan de andere zijde worden geopend. De sluizen maken daardoor een gecontroleerde overgang mogelijk zonder dat Binnen-IJ en Buiten-IJ rechtstreeks met elkaar in verbinding staan.
De Oranjesluizen kregen meer taken dan alleen het doorlaten van schepen. Zij hielpen het peil in het Noordzeekanaalgebied beheersen en beperkten de verplaatsing van zout of brak water richting de zoetere wateren ten oosten van Amsterdam. Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 werd die scheiding onderdeel van een nog groter systeem tussen Noordzee, Noordzeekanaal, IJsselmeer en omliggende polders.
De binnenvaart groeide en schepen werden steeds groter. De oorspronkelijke negentiende-eeuwse kolken konden niet al het moderne verkeer efficiënt verwerken. Daarom werd het complex uitgebreid met de veel grotere Prins Willem-Alexandersluis, die in 1995 in gebruik werd genomen. De nieuwe sluis ligt naast de oude en maakt het verschil tussen negentiende-eeuwse en moderne waterbouw onmiddellijk zichtbaar.
Toch vormen dorp en sluizen geen losse werelden. De Waterlandse Zeedijk beschermde het lage achterland en bepaalde eeuwenlang waar mensen konden wonen. De Oranjesluizen namen vervolgens de controle over scheepvaart en waterpeil over op een schaal die ver buiten Schellingwoude reikte. De ene structuur volgt de grillige vorm van oud land, de andere bestaat uit rechte lijnen, vaste maten en bewegende techniek.
Loop langs de Schellingwouderdijk en let eerst op de kleine huizen, niveauverschillen, smalle erven en bochten van het oude dijklint. Kijk daarna richting het sluizencomplex, waar deuren openen, water in de kolken stijgt of daalt en schepen wachten op doorgang. Hier liggen twee manieren van leven met water direct naast elkaar: eerst bescherming door hoger te wonen achter een dijk, later beheersing door hetzelfde water met sluizen steeds nauwkeuriger te sturen.
Verder lezen
- 150 jaar Oranjesluizen: een terugblikRijkswaterstaat
- Sluizencomplex SchellingwoudeRijkswaterstaat
- De afdamming van het IJ en de vorming van het Afgesloten IJA. Bakker / Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis
- Waardestelling Waterlandse ZeedijkGemeente Amsterdam
- De IJdijkenProvincie Noord-Holland