Stil eropuit
Nederland Onder Je Voeten
Terug naar kaart

Nederland en het water

Driemond en de Gaaspermolen aan de Gaasp

Driemond ligt waar de Gaasp, het Gein en de Smal Weesp samenkomen. Het dorp heette vroeger Geinbrug, maar ontleende zijn huidige naam aan deze waterknoop en aan een verdwenen zeventiende-eeuwse buitenplaats. De nabijgelegen Gaaspermolen laat zien dat het lage polderland rond de drie wateren alleen door voortdurende bemaling bewoonbaar en bruikbaar bleef.

Nederland en het waterWaterwerkenPolderPlek
De Gemeenschapsmolen aan de Gaasp bij Driemond
De Gemeenschapsmolen, meestal Gaaspermolen genoemd, staat aan de Gaasp en bemaalt de Gemeenschapspolder.Foto: Quistnix, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5Wijzigingen: Geen wijzigingen.

Waarom hierheen?

Driemond laat op kleine schaal zien hoe een dorp uit waterwegen, dijken en bemaling kon ontstaan. Bij de samenkomst van Gaasp, Gein en Smal Weesp wordt de oorsprong van de naam begrijpelijk. Iets verderop staat de Gaaspermolen, die nog altijd bij het waterbeheer van de Gemeenschapspolder betrokken is. De molen is vanaf de openbare weg goed zichtbaar. Een gids, entreebewijs of bezoek aan het interieur is niet nodig om de plek te begrijpen.

Wat zie je?

Je ziet de Gaaspermolen aan de Lange Stammerdijk, met de Gaasp direct naast de molen en het lage polderland daarachter. In Driemond komen meerdere waterlopen, bruggen en dijken bij elkaar. Van de voormalige buitenplaats is bovengronds vrijwel niets over, maar de dorpsnaam en de ligging bij de drie wateren bewaren haar herinnering.

Waarom doet deze plek ertoe?

De plek verbindt drie onderdelen van dezelfde watergeschiedenis. De waterlopen bepaalden waar verkeer en bewoning ontstonden. De buitenplaats Driemond laat zien hoe het waterrijke landschap in de zeventiende eeuw ook rijke Amsterdammers aantrok. De Gaaspermolen vertegenwoordigt het dagelijkse werk dat nodig bleef om de omliggende polder droog te houden. Water bracht hier dus beweging en aanzien, maar vroeg tegelijk om blijvend beheer.

Het grotere verhaal

Driemond ligt aan de zuidoostelijke rand van Amsterdam, waar de Gaasp, het Gein en de Smal Weesp samenkomen. Die waterknoop bepaalde de ontwikkeling van de plek. Rivieren en vaarten waren eeuwenlang de belangrijkste routes door het lage land. Bij bruggen, aanlegplaatsen en samenkomsten ontstonden verkeer, bebouwing en bedrijvigheid.

Het omliggende landschap bestond uit laag veenland dat voortdurend moest worden ontwaterd. Sloten voerden regen- en kwelwater af, terwijl dijken het hogere buitenwater op afstand hielden. Bewoning concentreerde zich daarom langs kades, dijken en bruggen. De plek waar de waterwegen elkaar ontmoetten was niet alleen praktisch, maar ook herkenbaar als knooppunt in een verder open landschap.

Het dorp stond lange tijd bekend als Geinbrug, naar de brug over het Gein. De naam Driemond was echter al eerder in gebruik. Hij hoorde bij een buitenplaats die bij de drie wateren lag en verwees waarschijnlijk naar hun samenkomst. In de twintigste eeuw werd Driemond de officiële dorpsnaam. Zo bleef de herinnering aan een verdwenen buitenplaats aanwezig in de naam van het hele dorp.

De buitenplaats Driemond werd in de zeventiende eeuw aangelegd voor de Amsterdamse lakenkoopman Gerbrand Anslo. Voor het huis werd architect Philips Vingboons ingeschakeld, die bekendstond om zijn classicistische grachtenhuizen en buitenplaatsen. De keuze voor een plek aan het water was praktisch en representatief tegelijk. De buitenplaats was goed bereikbaar per boot en bood uitzicht, rust en afstand tot de drukke stad.

Driemond hoorde bij een bredere ontwikkeling waarin welgestelde Amsterdammers buitenverblijven lieten bouwen langs rivieren, trekvaarten en dijken. Vermogen uit handel en nijverheid werd zichtbaar in huizen, tuinen, lanen en waterpartijen. Het landelijke verblijf bood ontspanning, maar bleef nauw verbonden met de stad. Voedsel, personeel, bouwmaterialen en gasten kwamen veelal over het water.

De buitenplaats kreeg later andere eigenaren en groeide uit tot een uitgebreid complex met tuinen, bijgebouwen, vijvers en fonteinen. In de negentiende eeuw verdween het huis. Ook van de formele tuinaanleg bleef bovengronds nauwelijks iets herkenbaar. De naam overleefde echter en ging uiteindelijk over op de omliggende nederzetting. Daardoor draagt het dorp nog altijd een herinnering aan een gebouw dat zelf verdwenen is.

Het aantrekkelijke buitenleven rond Driemond was alleen mogelijk doordat het omliggende land voortdurend werd ontwaterd. De bodem bestaat grotendeels uit veen en ligt laag ten opzichte van de Gaasp en andere waterlopen. Regenwater en kwel verzamelden zich in sloten en moesten naar hoger buitenwater worden afgevoerd. Zonder dijken, molens en later gemalen zou het land te nat worden voor landbouw, wegen en bewoning.

De Gaaspermolen aan de Lange Stammerdijk werd in 1707 gebouwd voor de bemaling van de Gemeenschapspolder. De molen staat direct aan de Gaasp, op de grens tussen het lage polderland en het hogere buitenwater. Met windkracht werd het water uit de sloten omhooggebracht en in de rivier uitgeslagen. Zo hield de molen een groot achterliggend gebied bruikbaar.

Oorspronkelijk werkte de Gaaspermolen met een scheprad. In 1892 werd dat vervangen door een vijzel, waarmee water efficiënter en over een groter hoogteverschil kon worden verplaatst. De draaiende wieken dreven via assen en tandwielen de vijzel aan. De molen was daarmee geen decoratief gebouw, maar een machine die het waterpeil van de polder rechtstreeks beïnvloedde.

Vanaf 1926 nam een dieselgemaal een groot deel van de bemaling over. Daarmee werd het waterbeheer minder afhankelijk van wind en kon sneller en regelmatiger worden gepompt. De molen verloor een deel van zijn dagelijkse taak, maar bleef als onderdeel van het watersysteem bestaan. Na restauratie werd hij in 2003 opnieuw maalvaardig gemaakt en kon de oude techniek weer werkelijk functioneren.

Vanaf de Lange Stammerdijk zijn de verschillende lagen goed te overzien. Aan de ene kant ligt de Gaasp als hoger buitenwater. Aan de andere kant strekt het lagere polderland zich uit achter de dijk. De molen staat precies tussen die twee niveaus. Let ook op de sloten in het achterland: zij voeren het water naar de plek waar het uiteindelijk omhoog moet worden gebracht.

Driemond bewaart daardoor twee heel verschillende gevolgen van zijn ligging aan het water. De samenkomst van Gaasp, Gein en Smal Weesp trok verkeer, bewoning en een rijke buitenplaats aan. Het lage land achter de dijken vroeg ondertussen om voortdurend malen en pompen. De buitenplaats verdween, maar haar naam bleef. De Gaaspermolen bleef staan en laat zien welk dagelijks en technisch werk nodig was om dit waterlandschap bewoonbaar te houden.

Verder lezen